is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomo's Hooglied voor de gemeente bewerkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

honig, wie begeert deze gaven der natuur niet ? maar hoeveel beter is Sulammith's liefde.

Als zij spreekt dan is het als drupte er honigzeem van hare lippen; geen enkel smakeloos, ijdel woord komt uit haren mond. De beelden van vs. 19 wijzen hare kuischheid aan. Wordt zij daar bij een hof vergeleken, dit beeld wordt in de volgende verzen nader uitgewerkt. Kostelijke planten groeien in dezen hof. 't Zijn altemaal planten tot reukwerk geschikt; zij stellen Sulammiths aantrekkelijkheden voor. Van dien hof is zij zelve de vruchtbaarmakende bron ; zij is eene fontein, wier wateren te vergelijken zijn met de kristalheldere stroomen, die uit den Libanon vloeien.

Ontwaak Noordewind en kom gij Zuidewind, doorwaai mijnen hof, dat zijne specerijen uitvloeien. O dat mijn Liefste tot zijnen hof kwame, en ate zijn edele vruchten, 16.

Hier begint Sulammith weder te spreken. Heeft Salomo haar bij een hof vergeleken, zij neemt dit beeld over, maar voegt er den wensch aan toe dat zij er ten volle aan beantwoorde. Daartoe roept zij tot den Noordenwind en tot den Zuidenwind om haren hof te doorwaaien. Van den Westen- en Oostenwind is hier met opzet geene sprake ; want volgens hfdst. 2 is de winter voorbij en de lente gekomen; hiermede is de tijd van den regen brengenden westenwind verstreken,