is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomo's Hooglied voor de gemeente bewerkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elpenbeenen kunstwerk, wit en blinkend, terwijl de blauwe aderen, die door de huid heenschijnen,. aan saffieren denken doen.

Zijne schenkelen zijn als pilaren van marmer, rustende op gouden voetstukken ; fier en statig is zijne gestalte, als de berg Libanon, en als de cederen, die dezen berg versieren.

Zoet is de kus zijner lippen, ja, niets is er aan hem, wat niet begeerlijk is. Zulk een is Sulammiths liefste en vriend; nu weten Jeruzalems dochteren waarom zij haar bezworen heeft, om tot hem te zeggen dat zij krank van liefde is.

Hoe kennelijk komt het hier uit dat Sulammith geenszins Salomo als haar liefste aanmerkt, maar van een ander spreekt! Als zij bedoeld had te zeggen krank van liefde tot Salomo te zijn, eilieve, hoe zouden de jonkvrouwen Jeruzalems dan hebben durven vragen : wat is uw liefste meer dan een ander liefste ? Zulk een beleediging, of, wil men, onderschatting van Israels grooten koning, zou niemand van de vrouwen uit zijn paleis zich veroorloofd hebben.

Nog uit iets anders blijkt hetzelfde. Hoe zou Sulammith ooit op de gedachte gekomen zijn, om Salomo in den nacht te gaan zoeken in de straten der stad f Zij kon immers weten dat een koning zich niet als een nachtelijk zwerver aanstellen zou* Zijne persoonlijke veiligheid liet zulks evenmin toe als zijne vorstelijke eer. Wij kunnen er nog bijvoegen dat de voorstelling van een koning, die