Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des nachts aan de deur zijner geliefde klopt, om van wege den dauw binnengelaten te worden, al te vreemd is. Ook laat zich niet wel denken dat er grond bestond om Salomo te zoeken; een koning behoeft niet gezocht te worden; als Sulammith haren geliefde dan overal zoekt, zoo kan men veilig aannemen dat deze een ander dan Salomo moet zijn.

't Is het type van Christus, dat de heilige dichter van ons lied ons geeft in deze geheimzinnige figuur van Sulammiths geliefde. Ook hier doet het zinnelijk schoon zijn dienst aan het heilige : want het dient om de innerlijke schoonheid en beminnelijkheid van het Hoofd der gemeente af te malen. Nu zou het ongetwijfeld afkeuring verdienen, zoo men in elk der onderdeelen van de hier gegevene beschrijving eene bijzondere eigenschap van Christus wilde zien; hier ware het spelend vernuft al te veel ruimte gelaten. Men moet bij het geheel blijven staan, en zich vergenoegen met den algemeenen indruk, dien het op ons maakt, geestelijk toe te passen, op Hem, wiens voortreffelijkheid eigenlijk geene vergelijking toelaat.

Het is een kennelijk teeken van genade, zoo men een welbehagen in Christus heeft vanwege Zijne hemelsche schoonheid. Zoo hebben de engelen hem lief; hoewel Hij niet hunne natuur aangenomen heeft, niet voor hen gestorven is, en hen niet tot Zijne bruidsgemeente verkoren heeft, zoo hebben zij toch in Hem hun vermaak.

Sluiten