is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomo's Hooglied voor de gemeente bewerkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij dierbaar en gewild als ware zij een eenig kind. Vrouwen gaan er niet gemakkelijk toe over om de schoonheid harer zusteren te prijzen ; maar als Salomo's vrouwen Sulammith zien, dan zullen zij haar schooner dan alle vrouwen heeten.

Wie is zij, die er uitziet als de dageraad, schoon gelijk de maan, zuiver als de zon, schrikkelijk als slagorden met banieren ? 10.

Wat zoo even door Salomo gezegd is, wordt hier bevestigd. De dochteren Jeruzalems beginnen Sulammith luide te prijzen. Wie is de gelukkige, zoo roepen zij al vragende elkander toe, wier aanblik aan den aanminnigen dageraad denken doet, als de zon een rooskleurigen tint aan het aardrijk geeft ? Maar 't is als was de aarde te arm aan schoonheden ter vergelijking. Opwaarts zien zij, opwaarts naar den hoogen hemel, waar maan en zon haar schoon leenen tot beeld van Sulammiths bekoorlijkheid. Er is iets schitterends aan hare schoonheid; van daar keert onwillekeurig het zoo even gebruikte beeld van de slagorde terug. Haar schoon boezemt eerbied in en houdt ■den lust op een afstand.

Sulammith antwoordt:

Ik ben tot den notenhof af gegaan, om de groene vruchten der vallei te zien: om te zien, of de wijnstok bloeide, de granaatboomen uitbotten, 11. Eer ik het wist, zette mij mijne ziel op de wagens van mijn vrijwillig volk, (andere vert.: van een vorstelijk gevolg). 12.