is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomo's Hooglied voor de gemeente bewerkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het vleeschelijk Messiaansch ideaal. Maar een kern is er steeds bewaard, achter de cederen planken van geringheid en versmaadheid, die roepen bleef: kom Heere Jezus, ja kom haastelijk.

Van zichzelve kon Sulammith een gunstig getuigenis geven. Zij is geene deur, maar eene muur, waarop hare borsten de torens zijn. Het beeld verklaart zichzelf. Sulammith wijst er hare kuische trouwe aan haren Geliefde door aan. Voor vreemden was zij ongenaakbaar.

De thans volgende mededeeling : toen was ik in zijne oogen als eene die vrede vindt — slaat niet op den Geliefde maar op Salomo. Zeggen wil Sulammith dat Salomo, na gezien te hebben dat zij onoverwinnelijk was, haar in vrede van zich liet gaan. Allicht wijst zij hier op hare standvastigheid om door haar voorbeeld straks hare zuster tot gelijke standvastigheid op te wekken.

Salomo had eenen wijngaard, te Baal-Hamon; hij gaf dezen wijngaard aan de hoeders, een ieder bracht voor deszelfs vrucht duizend zilverlingen, 11. Mijn wijngaard, dien ik heb, is voor mijn aangezicht: de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo! maar twee honderd zijn voor de hoeders van deszelfs vrucht. 12.

Al heeft Salomo haar losgelaten, toch zijn de gevolgen van hare verbintenis met hem daarmede