is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomo's Hooglied voor de gemeente bewerkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Salomo's laatste poging mislukt.

7 : 6—9a. Hoe schoon zijt gij en hoe liefelijk zijt gij,, o liefde, in wellusten! Deze uwe lengte is te vergelijken bij een palmboom, en uwe borsten bij druiventrossen. Ik zeide: Ik zal op den palmboom klimmen, ik zal zijne takken grijpen; zoo zullen dan uwe borsten zijn als druiventrossen aan den wijnstok, en de reuk van uwen neus als appelen, en uw gehemelte als goede wijn,

Sulammith over haren liefste.

7 : 96—8 : 2. die recht tot mijnen beminde gaat, doende de lippen der slapenden spreken. Ik ben mijns liefsten» en zijne genegenheid is tot mij. Kom, mijn liefste, laat ons uitgaan in het veld, laat ons vernachten op de dorpen; laat ons vroeg ons opmaken naar de wijnbergen, laat ons zien of de wijnstok bloeit, de jonge druifjes zich opendoen, de granaatappelboomen uitbotten : daar zal ik u mijne uitnemende liefde geven. De dudaïm geven reuk, en aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude; o mijn liefste! die heb ik voor u weggelegd. Och dat gij mij als een broeder waart, zuigende de borsten mijner moeder, dat ik u op de straat vond: ik zoude u kussen, ook zouden zij mij niet verachten; ik zoude u leiden, ik zoude u brengen in mijn moeders huis, gij zoudt mij leeren, ik zoude u van specerij-wijn te drinken geven, en van het sap van mijne granaatappelen.

Zij waant zich in zijne armen.

8 : 3—4. Zijne linkerhand zij onder mijn hoofd, en zijne rechterhand omhelze mij. Ik bezweer u, gij dochteren Jeruzalems, dat gij de liefde niet opwekt noch wakker maakt totdat het haar luste.

BESLUIT.

Sulammith is weder bij haren geliefde.

8 : 5—7. Wie is zij die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haren liefste? Onder den appelboom heb ik u opgewekt, daar heeft u uwe moeder met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht die u gebaard heeft. Zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uwen arm; want de liefde is sterk als de dood, de ijver is hard als het graf; hare kolen zijn