is toegevoegd aan uw favorieten.

Emigratie van Nederlanders naar onze overzeesche bezittingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadeelen bedreigt, voordeelen geboren worden, die ten minste de geledene en nog te wachten schade vergoeden.

Daartoe valt de aandacht op de volgende vragen:

„Kunnen wij niet aan Europeesche Emigranten, in onze overzeesche bezittingen, voordeelen aanbieden, die aan hen eene verplaatsing daarheen begeerlijk maken, boven die naar Noord-Amerika ?

Kunnen wij niet, in het groote gebied onzer bezittingen, hun bepaaldelijk toonen welke oorden voor die verplaatsing, als de meest verkieselijke, zijn aan te prijzen , en hun aldaar op ^oede gronden eenen gunstigen uitslag hunner onderneming doen verwachten ?

En kunnen wij niet, — opdat de redeneering geene redeneering blijven, maar het voornemen tot werkelijkheid overga, — met bepaaldheid aanwijzen, van welke zijde de hulpmiddelen tot zulk eene Emigratie moeten worden verschaft en op welke wijze zij dient aan te vangen ?"

Het is op de beantwoording dezer vragen , dat dit geschrift doorloopend het oog heeft. En, opdat dit vooraf gezegd worde; op elk dezer vragen kan het antwoord toestemmend zijn.

Dat men zich de Emigranten voorstelle! (Jrootendeels zijn dat Landlieden. — Zij vragen , in de nieuwe .streek hunner nederzetting, een meer zeker, meer ruim en meer aangenaam bestaan, dan hun het leven hier aanbood. — Yalt hier het oog meer bepaald op de mingegoeden, dan zijn dat daglooners en Heine pachters. Zulke menschen , die alleen door den hardsten arbeid, en dat nog wel zeer karig, zich het daaglijkseh brood kunnen verwerven. Voor dezen zou het zeker een goed en zeer gewenscht vooruitzigt zijn, — een vooruitzigt welks bereik, hier te lande, voor hen niet dan onder de zeldzaamheden moet worden gerekend, — eens een goeden akker te mogen bezitten in vrijen eigendom , voldoende aan hunne levensbehoeften. Een akker te kunnen bebouwen, van welken zij nimmer kunnen worden verjaagd. Een akker, van welker zij zeggen kunnen, „Dat is mijn erf. Hier ben ik Heer en Koning. Zoo lang ik wil woon ik hier met de mijnen: Hier kan ik, op mijn eigen