is toegevoegd aan uw favorieten.

Emigratie van Nederlanders naar onze overzeesche bezittingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat echter alles in dit pleitdooi afdoet is de ervaring, dat heden ten dage zich nog in de kolonie Suriname pl. m. 120 Europeanen bevinden, overgebleven van de mislukte Emigratie

hem had gedood. Zie hier het officieele verslag vau den Heer de Barbe Marbois." „In Guijana, waar het klimaat veel gunstiger is voor het garnizoen dan dat der Antilles, behouden de soldaten vrij algemeen hunne gezondheid, terwijl zij daar toch meer werk doen." „Zie hier een feit „zegt de Heer Dumonlail" waaraan wij moeijelijk ons geloof hadden kunnen hechten, indien het niet onder onze oogeu gebeurd ware. 16 soldaten van het Bataillon van Guijana hebben 6 maanden doorgebragt in het uithalen van steenen uit de rotsen, die noodig waren om het paleis van Justitie te bouwen. De Savane was hun eeuige werkplaats. Daar, aan de sterkste hitte blootgesteld, hebben zij gearbeid met eeue onbegrijpelijke werkzaamheid. Zij hebben meer verrigt dan wat 60 goede negers in dien tijd zouden gedaan hebben. Wij hebben vernomen , dat geen hunner ongesteld is geworden." Zeer onlangs heeft een ander Officier M. Laberia blanken gebezigd , om 20,000 meters van den rotsgrond te exploiteeren in het zwaarste werk van graftdelving. Het werk begon 6 uur 's morgens eu eindigd 4 uur 's namiddags en liep dus over de meest gevaarlijke uren. „Ik heb niet e'én enkele van de gebezigde menschen verloren bij dit steenhouwen, maar wel verloor ik er 4 in een gedetacheerd fort, waarde soldaten werkeloos bleven" zegt hij. Mr. Louis Benard oud generaal der artillerie , thans grondeigenaar iu Guijana verklaart in eene nog nieuwe publicatie, „dat 3 arbeiders, afkomstig van Lorient op zijne landen arbeiden, zonder de minste hindernis wat hunne gezondheid aangaat, en dat deze menschen zonder het minste letsel, bijna eiken dag, door middel van den ploeg zoo veel arbeid deden als 55 negers met handenwerk doen." De bedenking wordt tegeu de nieuwe ontginningen gemaakt. „Een hoek lands te ontblooten te midden eener uitgestrekte vlakte, of onder water staande, of bedekt met bosschen, om daar eenige familien van landbouwers te plaatsen, dat mag den naam niet dragen van een land gezond te maken. Integendeel is dit, voor de kolonisten eene plaats te bereiden, om er in grootere hoeveelheid miasmata in te ademen en ' mephitische uitwasemingen." De uitslag hangt geheel af van de wijze waarop de kolonisatie wordt geleid. Bijna altijd is het de adem van het toeval, die de menschen drijft van het eene land naar het andere. Maar eeue emigratie met beleid en wetenschappelijkheid bestuurd en geregeld voortgezet is tot nog toe welligt zonder voorbeeld. Men brengt, op machinale wijze, naar een andere hemelstreek de leefwijze over van het klimaat waarin men leeft. Wanneer men den hygieenischen regel voor ons land op het oog heeft, ziet men hoe onze woningen enz. gewoonlijk zamenwerken om de koude tegen te gaan; onder den aequator moet men alles aanwenden tegen de hitte enz". Zóó de Heer Cochut Rev. des deux mondes 1845 bl. 821 enz. Men zou nog meer bladzijden kunnen overschrijven, van dezelfde gehalte en degelijkheid. Wat de laatste bedenking van miasmata aangaat, moet juist eene wetenschappelijke leiding der kolonisatie ter bevordering der hygienie, door noodige drooglegging, door middel van afwateringsloten en trenzen voor wegneming der boosaardige dampen zorgen Over den openen grond moet de wind een vrije speelruimte hebben. Het zijü die dampen die alleen door den wind moeten worden weggedreven, want overigens men moet de opmerking in de Quaterly Rev. 1840 volkomen toe-

3