is toegevoegd aan uw favorieten.

Emigratie van Nederlanders naar onze overzeesche bezittingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Saramacea iii 1846, die voor het grootere deel zeiven landbouw beoefenen. — Wij kunnen ze met name opgeven en om het afdoende der zaak is dat hier niet overbodig. De hoofden der huisgezinnen zijn: J. Gerbrands, J. Bosenberg, J. C. van Brussel, C. P. Hoogvliet, Gijsb. Overeem, C. van Baai, Gerrit Overeem, T. Veldhuijzen, G. Zweers , G. Bijsdijk, J. van Dijk, G. van Dijk, M. van Baai, C. van Brussel, A. Tamminga, G. Bleijerveld, de kinderen van J. Bijsdijk, de kinderen van B. H. Yan Brussel, de Wed. J. van Baai, van P. Brands, van G. van Bavenswaaij, van E. van der Klift, van H. Tamminga, van G. van Bavenswaaij Jr., van G. van Dijk, van G. van Babenswaag, van B. Zweers, van J. Wouters, en van J. Tamminga. — Van de mannelijke hoofden van huisgezinnen zijn er 16 geplaatst als landbouwers rondom de stad Paramaribo. Zij hebben allen een goed bestaan; onderscheidenen onder hen hebben geld overgelegd. Drie hunner zijn gehuwd met meisjes in de kolonie geboren. De kinderen van Bijsdijk en van Yan Brussel zijn in Suriname geboren en hebben na/den dood hunner ouders de zaken voortgezet en geen reden tot klagen. Ook onder de weduwen zijn er die een onbekrompen bestaan hebben, uit de opbrengst harer landerijen, die zij met hare kinderen in bewerking hebben gehouden ; geen van die allen lijdt gebrek; slechts eene is er die door het armenfonds der Hervormde gemeente onderhouden wordt. — En bijaldien deze lieden veel gekweld worden met koortsen, dan is dat alleen daaraan toe te schrijven, dat zij zich nog niet toeleggen op eene genoegzame waterafleiding (draineering) van de plaats hunner vestiging.— Neemt men in aanmerking welk een schok die kolonisatie aan de Saramacca eerst heeft doorgestaan, omtrent welke in dit geschrift later uitvoerige berigten worden medegedeeld, een schok door welke van het eerste getal van 384 personen

stemmen dat „ongezondheid noch aan de hitte, noch aan de vochtigheid van een klimaat is toe te schrijven, maar aan de miasmata van verrotte stoffen. Deze oefenen daar invloed op uit, zoowel bij eene hoogere als bij eene lagere ligging der landen. Dat de hitte niet ongezond maakt blijkt uit het voorbeeld van St. Helena, en dat de vochtigheid van klimaat dat niet doet blijkt uit dat van de kust van Malabaar. Hetzelfde verschijnsel van koortsen toont .zich ook in het koude Canada , waar de moerassige streken koortsig zijn maar de ontgonnen en drooggelegde geen'e koortsen opleveren p. 134." Proeven uit onze Oost levert Dr. Bosch. Gid s 1857 bl. 50 en elders,