is toegevoegd aan uw favorieten.

Emigratie van Nederlanders naar onze overzeesche bezittingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat. Ziet daarover reeds Robertsons getuigenis in de aardrijkskundige aanteekeningen, waarbij te voegen is de opgave van andoren dat men op den bodem van Guijana niet zelden tusschen de 20 en 30 malen van denzelfden stoel van het suikerriet de uitloopers snijden kan, wat men op de Antilles hoogstens 2 of 3 malen verwacht, dat de mais daar soms groeit tot eene lengte van 18 a 20 voeten, dat de tabak daar viermalen in het jaar kan worden geoogst enz. Ziet aardrijkskundige aanteekeningen. — Eindelijk heeft Suriname voor boven onze Oost-Indische bezittingen (om hier nog niet van een zeer bijzonder voordeel te spreken dat bij de gewenschte Emigratie in aanmerking komt), de eenheid van volk en taal, alles Nederlandsch. Want met het zoogenaamde NegerEngelsch, dat spoedig in zoover het noodig is, door gebruik geleerd wordt, zal de Emigrant, die zelf werken moet en niet van huurlingen zal afhangen, wel niet veel te stellen hebben. — En dan nog het voordeel van het verlangen, waarmede aldaar Nederlandsche landbouwers worden te gemoet gezien, die daar handenwerk zullen kunnen doen; zonder dat, gelijk zulks in de Oost het geval is, de arbeid van den blanken man ietB te kort zal doen van een hooghartig prestige als of de blanke kleur den mensch boven het handenwerk verheft. Men is op den Amerikaanschen grond langen tijd reeds over dat prestige heen. Arbeidende blanken te zien is daar aan de orde van den dag, en moet dat ook in Suriname meer en meer worden.

Het zou dan misschien aan sommigen wel wenschelijk kunnen schijnen, onmiddelijk den ganschen stroom der Nederlandsche Emigranten, bij voorkeur naar Suriname te rigten. Er zijn daartegen evenwel groote bezwaren. Een oogenblikkelijk stuiten of anders rigten van dien stroom, zoo als die thans zich naar Noord-Amerika beweegt, zal wel ondoenlijk zijn. Wij zullen ons het verlies, hetwelk wij daarbij lijden, nog wel eenigen tijd moeten getroosten. Maar zal ook de gewenschte vrucht onzer Emigratie, te weten die op grootere schaal tot stand komen, dan mag die vooral niet zonder belangrijke voorbereidsels begonnen worden. Bij het gemis daarvan is niets anders te wachten dan de bitterste teleurstelling en het roekeloos wagen van tal van menschenlevens. Het is zoo, bij de velen die"er