is toegevoegd aan uw favorieten.

Emigratie van Nederlanders naar onze overzeesche bezittingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk die overal zijn. ') In het laatst van den. droogen tijd lijdt men soms veel aan de oogen. Koortsen, en daaronder ook zeer hevige, zijn er niet zeldzaam; maar door de warmte van het klimaat, ontwikkelt zich de ziekte doorgaans snel, en een maanden-lang lijden komt zelden voor. Naar de getuigenis van een zeer bevoegd persoon, die 40 jaren lang de kolonie in verschillende gedeelten heeft bewoond , is Suriname een gezond land. Doch laat ik die getuigenis, die mij op verzoek beleefdelijk is verstrekt, in haar geheel overnemen en wedergeven.

„Suriname is, in het algemeen, een gezond land, en epidemische ziekten, zoo als bij voorbeeld, de geele koorts, 2) behooren daar niet te huis; maar zijn daar, nu en dan, van buiten ingebragt. Daartegen moeten, zoo veel mogelijk, door quarantaine maatregelen genomen worden. Daarentegen zijn er ook zulke kwalen, die meer bijzonder aan de tropische gewesten eigen zijn, en die men hier (in Nederland) minder, of in het geheel niet kent. Een hoofdvereischte is, dat de Emigrant er gezond kome, en dat zijn gestel zich van lieverlede aan de heete luchtstreek gewenne, alhoewel men er op verdacht zal moeten zijn, dat de meesten, op de eene of andere wijze, door

') Ziekten aan Guijana eigen worden de Quaterly Review 1840 bl. 135 bij Statistiek opgegeven als: koortsen van gevaarlijken of slependen aard, talrijk — Longziekten hoogst zeldzaam — Leverziekten (in tegenstelling van de O. I.) zeer weinig — maag- en ingewandsongesteldheden talrijk — waterzucht t hoewel minder dan elders in de Engelsche West-Indiën, toch nog al met vrij wat voorbeelden. — Doch zijn deze statistieke opgaven ontleend aan de militaire rapporten der verschillende garnizoenen. Het krijgsmansleven in de koloniën is wel geen goede maatstaf voor den saniteitstoestand in het algemeen. Het schijnt dat vooral de voeding der Engelsche krijgslieden (veel ingezouten vleesch), een nadeeligen invloed uitoefent. Maar ook op de IVansche Antilies staan de sterfgevallen der militairen als 12 tot 3 per 100. De doorgaande sterfte der slaven is 34 op de 1000. In dat laatste cijfer deelen ook de Engelsche officieren in Guijana, hoewel die sterfte soms door de geele koorts , tot 6 per 100 kan stijgen Q. R., 1840 p. 145. Wanneer men de opgaven der mortaliteit in het algemeen raadpleegt, die ons mededeelen dat de som der sterfgevallen in het groote en veelal als zoo gezond opgegerene Rusland, staat als 30 op de 1000, in ons Vaderland in de gezondste Provinciën als 26 en in de minst gezond^ als 30 op de 1000, is dat verschil met Guijana niet in aanmerking komende.

2) Men zie over dit punt het in vele opzigten merkwaardige en flink bewerkte stuk van Amerinus over kolonisatie naar Suriname in Teringa's vrije Gedachte 3: 1 bl. 111 enz.