is toegevoegd aan uw favorieten.

Hedendaagsche moraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het gebod, den dwang der straf. Van allen kant wordt het kind in zijne gedachten en woorden, in zijne bewegingen en handelingen ingetoomd en aan banden gelegd.

Dat alles is nog maar een voorspel van wat in het volgend leven geschiedt. Op de banken der school, in de spelen der jeugd, in den omgang met anderen, in beroep en bedrijf, in winkel en werkplaats, in maatschappij en staat, in wetenschap en kunst — overal wordt de mensch door strenge tucht tot de orde geroepen. Nergens heeft hij vrij spel. Nooit kan hij nu eens doen, wat hij wil. Overal is hij gebonden, door macht en gezag, door regel en wet, door gebod en straf. Zelfs de meest onafhankelijke onder de kinderen der menschen is nog louter afhankelijkheid. Heel het leven is eene opvoedingsschool, een ontgroeningsproces, een aanpassingssysteem. Er komt geen einde aan, voordat ieder mensch naar een vaststaand model in zijn kring gefatsoeneerd zij, geassimileerd aan zijne omgeving, en min of meer tevreden met de zeer bescheidene plaats, welke hem onder en naast anderen toebedeeld en gegund wordt.

De wetten en regelen, die den mensch alzoo van rondom inbinden en beperken, zijn van zeer onderscheiden aard. Zij breiden zich over heel het leven uit; strikt genomen is daarin niets volslagen wetteloos, evenmin als in de gansche natuur. Anarchie is dwaasheid ; alles wordt geregeld en alles overeenkomstig zijn aard. Daar zijn in de eerste plaats, om iets te noemen en met het mindere te beginnen, de wetten van wellevendheid en fatsoen. In iederen kring van menschen, ook van de ruwste en onbeschaafdste, ontwikkelen zich langzamerhand eenige vormen van omgang, zekere gebruiken in het onderling verkeer, waaraan ieder zich houden moet, op straffe van anders als een onhebbelijk