is toegevoegd aan je favorieten.

Hedendaagsche moraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijk, onherleidbaar, ondeelbaar atoom. Maar de negentiende eeuw beproeft het liever eens omgekeerd en verklaart den individu uit de maatschappij. Gemeenschapszin is het modewoord geworden; evolutie is de theorie, die alle verschijnselen verklaren en alle raadselen oplossen moet. Een mensch, zoo leert men ons thans, een mensch is, wat hij is, geworden uit en door en in de maatschappij. Deze heeft hem voortgebracht, ontwikkeld, gevormd, zoowel geestelijk als lichamelijk. Ook het geweten is volstrekt niet iets oorspronkelijks, dat den mensch van nature eigen is ; het is langzamerhand ontstaan, als product van allerlei factoren, die werken in de maatschappij. Volgens Schopenhauer is het telkens voor één vijfde samengesteld uit menschenvrees, angst voor de goden, vooroordeel, ijdelheid en gewoonte, zoodat een Engelschman terecht kon zeggen, dat het hem te duur uitkwam, om er zulk een geweten op na te houden. De mensch heeft zich n.1. allengs uit het dier ontwikkeld; al wat er in hem is van godsdienst en zedelijkheid, is historisch geworden uit eigenschappen, die ook bij de dieren voorkomen. De mensch is ook in zedelijk opzicht een hoog-ontwikkelde en fijnbeschaafde aap.

Natuurlijk bracht deze nieuwe wereld- en levensbeschouwing ook eene gansch andere opvatting mede van wat goed is en kwaad. Als de mensch niet beelddrager Gods is, maar naar de gelijkenis van orang oetan en chimpanse is gemaakt, dan draagt zijne zoogenaamde moraliteit van huis uit ook een geheel ander karakter. Naar deze evolutionistische leer was de mensch bij zijn ontstaan en is tot op zekere hoogte nog ieder mensch bij zijne geboorte niets dan grove zinnelijkheid en dierlijke zelfzucht. Maar de maatschappij vormt hem tot een redelijk en zedelijk wezen. De samenleving is de moeder van taal, godsdienst, zedelijkheid, van alvvat in