is toegevoegd aan je favorieten.

Hedendaagsche moraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebleken, hoe langer hoe minder hope op welslagen te bieden. In weerwil van alle, tot in de fijnste bijzonderheden opgemerkte en uitgewerkte verwantschap, blijft de klove nog even wijd gapen, die den mensch scheidt van het dier. Reeds de lichaamsbouw, maar bovenal de redelijke natuur des menschen toont zijne eigensoortigheid aan. De zedelijke verschijnselen, die wij bij den mensch waarnemen, dragen een eigen, onderscheiden karakter en laten zich evenmin als godsdienst en taal uit eigenschappen bij de dieren verklaren. Tusschen het zinnelijke en het zedelijke bestaat toch een wezenlijk verschil. Reinheid des harten is iets gansch anders dan eene trotsche statuur. Schoonheid van lichaamsbouw is hoegenaamd geen waarborg van eene zuivere conscientie. Spierkracht valt volstrekt niet met karakteradel saam. Meermalen komt het voor, dat de schoonste ziel in het meest misdeelde lichaam woont. Ook hier geldt het woord der Schrift, dat het arme en verachte bij God uitverkoren en dierbaar is. Zooals de voorstanders van den dierlijken oorsprong des menschen tot dusverre tevergeefs naar „the missing link" zochten, naar den schakel, die mensch en dier verbindt; zoo is het hun evenmin gelukt, den overgang aan te wijzen tusschen het zinnelijke en het zedelijke leven. Zelfs een man als Wundt moet erkennen, dat zich „die Differenzirung des Sinnlichen und Sittlichen in ihren ersten Anfangen selbstverstandiich jeder Nachweisung entzieht."

Doch er is meer. Op het standpunt der evolutie wordt heel de moraal een product der omstandigheden en dus eene vrucht van willekeur en toeval. Darwin heeft in zijn werk over de Afstamming des Menschen met prijzenswaardige openhartigheid uitgesproken : indien de mensch onder volkomen dezelfde voorwaarden opgevoed was als de bijen, zouden onze ongehuwde vrouwen het evenals deze voor een heiligen plicht houden