is toegevoegd aan uw favorieten.

Hedendaagsche moraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn bewustzijn de zedelijke gebondenheid gevoelen, om te doen, wat zij van mij verlangt ? Het zijn juist de edelsten en de grootsten van ons geslacht geweest, die tegen den wil der meerderheid hun stem hebben verheven en hun zedelijk protest in gevangenis en op brandstapel gestand hebben gedaan. Op het standpunt der evolutie is er voor zedelijke verplichting geen plaats meer; het „du solist" verliest zijne kracht; van behooren is geen sprake meer; haar moraal is descriptief alleen en heeft het normatief karakter ten eenenmale ingeboet.

Ook al zou de zedelijke autoriteit der maatschappij te handhaven zijn — wat echter geenszins het geval is noch kan zijn — dan zou toch de maatstaf onbetrouwbaar en ongenoegzaam wezen, dien zij bij het voorschrijven van wat goed en kwaad is aanlegt. Terecht heeft de evolutionistische moraal aan het formalisme en rigorisme van Kants moraal den rug toegekeerd. Want het komt niet alleen aan op de vraag, waarom ik iets doen moet, maar ook op deze andere, wat ik als zedelijk wezen te doen en te laten heb. Er is geen zedewet zonder inhoud en geen zedelijk willen zonder voorwerp en doel. Maar als deze moraal der evolutie den inhoud der zedewet aan de maatschappij ontleenen wil, dan vervalt zij van kwaad tot erger. Maatstaf van het goede zal volgens haar het welzijn der maatschappij, het geluk der menschheid zijn. Maar hoe is in een gegeven geval uit te maken, wat waarlijk ten bate der menschheid strekt ? Niemand kan van te voren berekenen, welke vrucht zijne handelingen zullen dragen voor de maatschappij ; zulke, welke wij hoogst bevorderlijk voor haar welzijn achten, blijken dikwerf later zeer schadelijk te zijn geweest en omgekeerd. Goede daden zijn soms meer met het althans schijnbaar en tijdelijk belang der maatschappij in strijd dan kwade. Kajaphas oordeelde het nutter, dat één mensch stierve, dan dat