Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik liet Christendom niet noodig heb, ik rijklevende, daarom haat ik het tot den dood. in niet alleen de Christelijke religie, maar ook de Christelijke moraal deelt in die diepe verachting. Er moet een totale omkeer komen in de zedelijke waardeering. Het belang der moraal is volstrekt niet daarbij betrokken, gelijk de dweepers met onderwijs en ontwikkeling gelieven te zeggen, dat er wat meer boeren lezen kunnen. Haar doel is evenmin gelegen in de sociale gelijkheid aller menschen, in ,/the greatest happiness of the greatest number." Dwaas en bespottelijk is de wetenschap der hvgiène, die moeite doet om eene massa ziekelijke en onnutte mensch-exernplaren in het leven te houden. Veel beter ware het, naar den Amerikaanschen hoogleeraar Powers, 0111 de zwakken in onze maatschappij van kant te maken ten bate der sterken. Want het is altijd zoo geweest en zal zoo blijven, dat velen leven voor enkelen en dat enkelen leven voor velen. Het socialisme is, gelijk van Deyssel betoogt, de dood voor de kunst, voor de weelde, voor de persoonlijkheid. Ascese is daarom dwaasheid. Eene moraal des medelijdens komt in het geheel niet te pas. Er zijn altijd eenige bevoorrechten en uitverkorenen geweest, die door de anderen werden gediend en verheerlijkt. Dat zijn de kunstenaars, de heiligen op aarde, de goden onder de menschen. Zij zijn, naar het woord van Kloos, de eenige zaligen. Ik ben, zoo zingt hij,

Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,

en zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon over mijzelf en 't al naar rijksgeboón van eigen strijd en zege, uit eigen krachten, —

als een heir van donker-wilde machten joelt aan mij op en valt terug, gevloón voor 't heffen van mijn hand en heldre kroon;

ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.

Sluiten