is toegevoegd aan uw favorieten.

Hedendaagsche moraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoowel in de theorie als in de practijk nog zooveel verschil bestaat. De niteenloopende zienswijzen, waarvan de geschiedenis der zeden onder de verschillende volken ons verhaalt, bewijst alleen, dat het menschelijk verstand verduisterd, het inzicht der rede gebrekkig en dies eene openbaring van Gods wet, gelijk zij in de Schrift ons is geschonken, noodzakelijk is. Maar zoowel de menschelijke rede, die naar het wezen van het goede onderzoek doet, als dat goede zelf naar zijn aard en natuur, eischt dat de zedewet één zij en objectief geldig. Want de rede is in alle menschen één, en gelijk zij naar hare theoretische zijde steunt op de ééne wet deiwaarheid, zoo is zij naar heur practische zijde op de ééne wet der zeden gebouwd. En het goede is naar zijn wezen van bovenzinlijken aard en dies boven de wisseling der menschelijke denkbeelden verheven. Wel is waar wordt het woord goed menigmaal ook in een relatieven zin genomen. We spreken van een goede spijze, een goeden drank, eene goede woning, 0111 te kennen te geven, dat deze dingen aangenaam en nuttig zijn. Maar ten onrechte leidt Nietzsciie met vele anderen daaruit af, dat het goede altijd zulk eene relatieve beteekenis heeft. Er is tusschen het aangename en nuttige eenerzijds en het goede andererzij ds een wezenlijk verschil. Iïet dier heeft bewustzijn van het werkelijke, niet van het ware; van het nuttige, niet van het goede ; van het aangename, niet van het schoone. Maar omdat de mensch een redelijk wezen is, gaat hij boven de zienlijke en tijdelijke dingen uit en zoekt hij datgene, wat onzienlijk en eeuwig is. E11 daartoe behoort met het ware en het schoone ook het goede, dat goede, dat niet goed is door omstandigheden of door de willekeur van menschen, maar hetwelk goed is op zichzelf en daarom de onmisbare maatstaf voor aller menschen leven en gedrag. Er is geen moraal zonder metaphysica.