is toegevoegd aan uw favorieten.

Hedendaagsche moraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een kind of razen als een bezetene, hij blijft een gebondene en wordt nimmer vrij. Wie in hoogen, stouten moed boven de zedewet zich verheft, gaat het als Solness in Ibsens drama van dien naam: hij blijft voortdurend door gewetensbezwaren gekweld, als het er op aan komt, durft hij niet wat hij het liefst zou willen. Het geweten maakt lafaards van ons allen. Men moge zedelijke wetten en plichten voorstellen als ijdele spoken en dwaze geestverschijningen, ze laten zich niet verjagen en gaan voor geen menschelijk bevel op de vlucht. Velen zouden godsdienst en moraal niet zoo haten met al hun macht, als zij er onverschillig tegenover konden staan. En anderen, die het tot eene zekere mate van stoicynsche onverschilligheid hebben gebracht, verbergen daarachter een vuur van hartstochtelijke vijandschap, dat slechts eene aanleiding van buiten noodig heeft, 0111 in hellen gloed uit te barsten en met vernieling te dreigen. Het ontbreekt den armen, zwakken mensch aan den ongebroken wil, aan de vrijgeboren kracht, 0111 zijn eigen natuur geweld aan te doen en de wet Gods te vertreden. In arren moed kan hij een oogenblik zich opwinden, de hand tegen den hemel opheffen en meenen dat hijzelf een god is in 't diepst van zijn gedachten; straks gaat zijne hoogmoedige overspanning in diepe inzinking onder en ligt hij, gebroken, in zijne onmacht neer.

Emancipatie is daarom de weg tot vrijheid niet, maar tot harder dienstbaarheid. Inzooverre Kant de zedewet in zichzelve, dat is in den mensch heeft doen rusten, heeft hij niet haar majesteit gehandhaafd, maar haar meedoogenlooze hardheid voor den mensch ondragelijk gemaakt. Want als die wetten, die ons binden, haar oorzaak hebben in den mensch zelf, lokken zij niet uit tot onderwerping, maar prikkelen zij tot opstand en verzet. En dit is in nog sterker mate het geval, als