is toegevoegd aan uw favorieten.

Geleerdheid en wetenschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd ons roept, en die taak te kunnen vervullen, welke het heden ons oplegt. De school dient dus in het algemeen en in de eerste plaats, om het opkomend geslacht in het bezit te stellen van de wijsheid, welke het voorgaand geslacht verworven heeft. Uit den aard der zaak is elke school, welke met de opleiding van het opkomend geslacht zich bezig houdt, een conservatorium, een bewaarplaats, gelijk de Heer Idzinga het ten vorigen jare in de Tweede Kamer uitdrukte, „van de beschavingsschatten van het volk, 0111 die als een heilige traditie over te dragen oj> de jongelingschap van elke nieuwe generatie 1)."

Natuurlijk is er van zulk een taak der school en der wetenschap geen sprake, wanneer de geschiedenis, gelijk velen tegenwoordig van de historie der kerk en der dogmata beweren, ééne groote aberratie, een onafgebroken reeks van dwalingen is geweest. Maar in den diepsten grond is zulk eene bewering met de eenheid van het menschelijk geslacht, met de eenheid der waarheid en ook met de eenheid Gods in strijd. Dan alleen is zulk een meening vol te houden, als iedere tijd en ieder geslacht en ten slotte elk mensch zijn eigen waarheid heeft, zijn eigen godsdienst en zijn eigen deugd. Dit raakt wederom het allesbeheerschende vraagstuk van het realisme en het nominalisme, hetwelk niet ten onrechte de ruggegraat der philosophie is genoemd 2). Zijn de wetten van het denken, de axiomata der meetkunde, de stellingen der algebra, de ordinantiën der natuur, de regelen van het leven, zijn in één woord de ideeën en normen objectief, dat is bestaande vóór en, onafhankelijk van de menschen, of worden ze door hen uitgedacht naar de eigenaardige organisatie, welke hun verstand onder invloed van allerlei omstandigheden toevallig in zekeren tijd verkregen heeft? Indien het laatste, dan is er geen schat van wijsheid, door het voorgeslacht verworven en nagelaten, dan is er zelfs geen waarheid en geen wetenschap meer. Maar indien het eerste, dan zijn er waarheden, die niet langs inductieven weg verworven zijn, maar die aan ons denken en han-

') Handelingon 1904 bl. T287.

2) Ludvvig Stein, Der Sinn des Daseins, Tubingen 1904 bl. 76.