is toegevoegd aan uw favorieten.

Modernisme en orthodoxie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leerstukken, die allang als verouderd en afgedaan waren beschouwd, zooals dat van den val, van het wonder, van den Christus, van de wedergeboorte, van hemel en hel, kwamen opnieuw in bespreking; de rijkdom der religieuze taal in de geloovige kringen wekte jaloerschheid op; en de aloude Christelijke belijdenis vond bij menigeen een waardeerender oordeel21).

Het gaat daarom niet aan, alle modernen over één kam te scheren en onder den naam van naturalisten bijeen te voegen. Want allen, die een persoonlijk God belijden, van de natuur in wezen onderscheiden, hoewel in haar tegenwoordig en door zijne voorzienigheid werkzaam ; allen, die gelooven aan eene onderhouding en regeering der wereld door Gods almachtige en alomtegenwoordige kracht; allen, die de religie eeren, niet louter als eene aesthetische gemoedsaandoening, gelijk ook de natuur en de kunst die verschaft, maar als een leven in de gemeenschap met den levenden God; allen, die de hope des geloofs koesteren, dat het koninkrijk Gods in den enkelen mensch en in de menschheid over alle zonde en dood de zekere overwinning zal behalen — zij allen zijn, niet in den historischen maar in den etymologischen zin van het woord supranaturalist, al zeggen zij ook de werkelijkheid en de mogelijkheid van het wonder te ontkennen 23). Want als er een God is, die wezenlijk van de natuur onderscheiden en boven haar verheven is, en als er van dien God eene werking en eene leiding uitgaat, welke de gansche>acht van het kwade in ethischen en physischen zin aan zijn doel weet dienstbaar te maken, dan is daarmede eene orde van dingen erkend, die boven de natuur en ook boven het menschelijk kenvermogen ligt. Indertijd heeft A. Pierson dan ook terecht tegen Scholten opgemerkt, dat de bede om een rein hart even supranaturalistisch is als die om de genezing van een kranke ®3); er is inderdaad geen godsdienst en zedelijkheid, en in geen geval een Christelijke godsdienst en zedelijkheid zonder supranaturalisme. De quaestie van het supranaturalisme is dus waarlijk lang zoo eenvoudig niet, als het in den aanvang door de moderne woordvoerders werd voorgesteld; ze hangt met het wezen, het recht en de waarde van den godsdienst onverbrekelijk samen. De historie der godsdiensten, alsmede