is toegevoegd aan uw favorieten.

Het doctorenambt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf zijne discipelen opgeleid en tot hun dienst bekwaamd; Paulus had Timotheus onderwezen en droeg hem op, om deze leer als een kostelijk kleinood over te dragen aan betrouwbare menschen, die op hun bevel weder bekwaam zouden zijn om anderen te leeren, 2 Tim. 2: 2. En daarbij kwam nu in de tweede plaats nog het voorschrift van •Jezus, dat de arbeider in den dienst des woords zijn loon waardig is, Matth. 10 : 10, Luk. 10 : 7 ; een voorschrift, dat in de Christelijke gemeenten algemeen erkend en opgevolgd werd, Rom. 15 : 27, 1 Cor. 9 : 6, 11, 14, 2 Cor. 11 : 7—9, Gal. 6 : 6, 1 Thess. 2 : 6, 1 Tim 5 : 17, 18, 2 Tim. 2:6. Wel had dit allereerst op de apostelen en evangelisten betrekking, maar het gold toch verder ook van hen, die arbeidden in het woord en de leer en daaraan hun leven wijdden. Noodzakelijkheid van opleiding en voorziening in het levensonderhoud waren oorzaak, dat de dienst des woords niet aan alle maar slechts aan enkele opzieners werd opgedragen. De beroemde plaats, 1 Tim. 5 : 17, 18 verheft dit boven allen twijfel. Alle xpia-puTzpci, alle ouderen van jaren in de gemeente zijn eere waardig, maar inzonderheid zij, aan wie de regeering, het opzienersambt is opgedragen; zij hebben aanspraak op dubbele eer, wijl zij tot de oudsten en wijl zij tot de opzieners behooren. En onder dezen komt weer de eerste plaats toe aan hen, die arbeiden in het woord en de leer, want deze hun moeitevolle en inspannende arbeid heeft naar het woord des Heeren aanspraak op loon. Zoo is er dus een duidelijk onderscheid tusschen opzieners, aan wie alleen de regeering, en andere, aan wie tevens de leer is toebetrouwd. En nog binnen de grenzen des N. Testaments treffen wij dan in de Klein-Aziatische gemeenten dezen toestand aan, dat onder de opzieners slechts één enkele