is toegevoegd aan uw favorieten.

Het doctorenambt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo werd practisch de noodzakelijkheid geboren, om liet begrip \ an universiteit te bepalen. Het woord universitas duidde toenmaals de corporatie van professoren en studenten aan; en wat wij thans universiteit noemen, heette toen schola, gymnasium, academia, en vooral studium generale. Maar wat was een studium generale, en wanneer kon men zeggen, dat het ergens bestond ? Denifle meent, dat deze naam eene school aanduidde, die voor allen openstond, en Kaufmann vermoedt, dat daarmede te kennen gegeven werd, dat de leeraars en studenten, door eene corporatie te vormen, niet meer op zichzelf stonden maar aan gemeenschappelijke bepalingen gebonden waren. Doch hoe dit zij, het begrip van studium generale was onduidelijk en zwevend; en het moest dit in de Middeleeuwen te meer zijn, wijl de grenzen tusschen lager, voorbereidend en hooger onderwijs nog in het geheel niet getrokken waren. Aan de universiteiten studeerden mannen van dertig en veertig en knapen van twaalf en veertien jaren; Melanchton werd in Oct. 1509 student, toen hij nog geen dertien jaar oud was, en verwierf twee jaren daarna reeds den graad van baccalarius in de letteren; toen hij in hot volgend jaar het magisterexamen wilde afleggen, werd hij niet om zijn kennis maar om zijn jonkheid afgewezen. Dit alles maakte de bepaling van het begrip studium generale hoogst moeilijk; iedere school kon wel beweren, een studium generale te zijn. Daarom kwam in de dertiende eeuw bij de juristen de theorie op, dat een studium generale alleen kon opgericht worden door keizer of paus. Dit was iets nieuws, want vóór dien tijd werd de vraag over het recht der universiteitsstichting niet in discussie gebracht; universiteiten ontstonden van zelf, door corporatie, of ook door stichting van steden en vorsten, van keizer en paus. Maar nu vond de meening ingang