is toegevoegd aan uw favorieten.

Het doctorenambt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat alleen de beide laatstgenoemde autoriteiten tot stichting van een studium generale bevoegd waren. En deze meening vond zooveel instemming, dat zelfs bestaande universiteiten, die reeds lang ex consuetudine of ex jure een studium generale waren en het promotierecht bezaten, toch nog, om bij andere niet achter te staan, een stichtingsbrief verzochten van keizer of paus, of, om nog zekerder te zijn,

van beiden tegelijk. *)

Deze ontwikkeling der universiteitsidee werd bevorderd door de beteekenis, welke allengs gehecht werd aan de licentia docendi. De universiteiten in de Middeleeuwen waren geen kerkelijke instellingen. Wel behooiden professoren en studenten voor het grootste gedeelte tot den geestelijken stand, wijl de wetenschap toen nog schier uitsluitend in handen van den clerus was, en gold bij vele universiteiten de bepaling, dat de rector scholarium een clericus moest zijn, omdat hij anders geen juiisdictie kon uitoefenen over de scholares, qui clerici sunt pro majori parte. **) Maar toch droegen de universiteiten geen kerkelijk karakter in strikten zin. Immers werden ze volstrekt niet alleen door of vanwege de kerk gesticht, maar kwamen zij dikwerf ook door stadsoverheid, landsvorst of keizer tot stand. ***) Er bestond geen algemeene bepaling, waarbij het aan een leek als zoodanig verboden was, om als student zich te laten inschrijven of als professor op te treden aan eene universiteit. Vele professoren en studenten waren wel opgenomen in een van de ordines minores of majores; but if they took orders, it was in order to hold a benefice, not to qualify themselves for any uni-

») Kaufmann t. a. p. I 371-409. Cf. llashtlall t. a. p I 8—22. **) Denijle t a. p. 187.

***) Denijle t a. p. 424 f. 768, 779, 784.