is toegevoegd aan uw favorieten.

Het doctorenambt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren dikwerf mannen op leeftijd, die in kerk, staat of maatschappij reeds allerlei betrekkingen hadden bekleed. Maar de langzamerhand opkomende organisatie der universiteiten bracht daarin eene groote verandering aan. Niet alleen begonnen leeraren en studenten allengs samen tegenover burgerij en kerk eene zelfstandige corporatie te vormen, maar er kwam ook een steeds grootere afstand tusschen leeraren en studenten. De professoren, vooral als zij onderwijs gaven in eene zelfde groep van wetenschappen, vrije kunsten, theologie, rechten of medicijnen, sloten zich aaneen en vormden eene vrij zelfstandige universitas in de universitas van alle professoren en studenten. Deze aaneensluiting leidde tot verdeeling van den arbeid, tot het geven van een cursus van onderwijs, tot het bepalen van gang en methode der studie, tot het invoeren bovenal van een onderzoek, waaraan de student zich onderwerpen moest, eer hij het recht van doceeren zich verwerven kon. Het examen werd de sterke dam, die het college van leeraren afscheidde van dat der studenten. Het vrij optreden als leeraar werd doordoor beperkt, en de bul van Honorius III ni 1219 maakte er rechtens een einde aan. *) Niemand mocht voortaan als leeraar optreden, dan die de licentia docendi aan eene of andere universiteit verkregen had. Zoo werd de doctorsnaam de naam van een bijzonderen stand in de maatschappij. En de promotie was feitelijk eene opneming (inceptio) in het college, in het corps, in den stand van de leeraren. Al de plechtigheden, die langzamerhand bij de promotie werden ingevoerd, het plaats nemen in den katheder, het omhangen met de toga, het opzetten van de baret, de overgave van een boek, het aandoen van een ring, het geven van een kus, symboli-

*) Rashdall t. a. p. 1 206. 223.