is toegevoegd aan uw favorieten.

Het doctorenambt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den pastor in de regeering der kerk bij te staan, als medeopziener de vergaderingen der opzieners bij te wonen, zonder echter het recht te hebben tot bediening des woords en der sacramenten. Maar zulk eene poging kon moeielijk slagen; voor zulk een ambt is in de kerk geen plaats. Eene plaatselijke kerk kan wel tijdelijk haar pastor van den dienst of van een gedeelte van den dienst vrijstellen, om zich aan wetenschappelijken arbeid te wijden, bijv. aan de vertaling der H. Schrift. Maar zij kan en zal geen doctor benoemen, die met niets anders dan met ontwikkeling en verdediging der waarheid zich heeft bezig te houden en overigens geen dienst in de gemeente verricht. Zulk een ambt zou toch de leergave van den pastor in de schaduw stellen, een bedenkelijken afstand tusschen pastor en doctor in het leven roepen, de invoering voorbereiden van episcopaat of superintendentuur, en als post van vertrouwen gevaar loopen, om zeer spoedig in eene ijdele titulatuur te ontaarden.

Volkomen terecht hebben de Gereformeerden daarom van den beginne af en steeds beslister en duidelijker de doctoren met de professoren vereenzelvigd. Indien er in de kerk van een afzonderlijk doctoraat naast het pastorale ambt sprake is, dan kan en mag daaronder niet anders verstaan worden dan het hoogleeraarsambt in de theologie, aan hetwelk de ontwikkeling en verdediging der waarheid en tevens de opleiding tot den dienst des woords is toebetrouwd. Op deze wijze werd dan ook het doctoraat door schier alle Gereformeerde theologen omschreven. *) Het

*) Kerkenorde van Wezel II 15. Ker kei. Wetten 1570 art. 36. Micld. 1581 art. 12. 37. 's Hage 1586 art. 16. 47. Dordr 1618 art. 18. 53. 55. Calvijn op Ef 4 : 11. Junius, Op. 1 1556. Maresius, syst Theol. XV 53. Sjjanheim, Op. II 1356. Foetius, Pol. Eccl. III 479, enz. Cf. A. Kuyper, De Leidsehe Professoren 24. II. H. Kuyper, De opleiding tot den dienst des Woords. 340. 490.