Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(

uit die wetten en regelen, welke God in het wetenschappelijk leven zelf heeft ingeschapen. De theologie als wetenschap komt daarom uit de kerkelijke ambten als zoodanig

niet op, noch vormt zij er een essentieel bestanddeel van. j

Zij is de ontwikkeling en de vrucht van eene gave, welke de H. Geest uitdeelt gelijkerwijs en aan wie Hij wil. *)

En eindelijk laat zich ook de opmerking niet weerhouden, dat de Gereformeerden wel schoon over het doctorenambt gesproken maar er in de practijk zeer weinig naar gehandeld hebben. Over het algemeen is er reden voor de klacht, dat de Reformatie al te spoedig in haar loop is gestuit, en bij de doorwerking en toepassing van hare beginselen op de verschillende terreinen des levens zeer veel te wenschen en te doen heeft overgelaten. Kunst en wetenschap, staat en maatschappij zijn voor een aanzienlijk deel uit gansch andere beginselen blijven leven of hebben zich weldra aan eiken rechtstreekschen invloed van het geloof der Hervorming onttrokken. Onder deze omstandigheden is ook het doctorenambt in de Gereformeerde kerken niet tot ontwikkeling gekomen. Men had van huis uit de overtuiging, dat het doctoraat een kerkelijk ambt was en de leerende werkzaamheid van den doctor niet in inhoud doch slechts in wijze en gelegenheid van die van den pastor verschilde. Principiëel bezwaar bestond er dus niet, om dit ambt te herstellen en aan bloei van kerk en

theologie dienstbaar te maken. Gedachten over het organisme der wetenschap en de eenheid der universiteit konden daarvan niet terughouden, wijl zulke abstracte, wijsgeerige denkbeelden schier geheel onbekend en nooit beginsel en leiddraad van hun handelen waren. Maar er was iets

*) Verg. de brochure : Opleiding en Theologie door M. Noordtzij enz. Kampen Kok 1896 bl. 54 y. en mijne Geref Dogm. I 522 525.

Sluiten