is toegevoegd aan uw favorieten.

Het doctorenambt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen zij later een deel van hare rechten terug wilden nemen, stieten zij allerwege op verzet en tegenstand; bij de poging, om het kerkelijk examen te herstellen, moesten zij het zelfs ondervinden, dat een man als Voetius tegenover haar stond. *)

Desniettemin hebben de Gereformeerden in het doctorenambt eene kostelijke waarheid gehandhaafd. "Want al is het geen kerkelijk ambt in denzelfden strengen zin als dat van ouderling en diaken; het berust toch op eene gave des H. Geestes en is een dienst, welken de kerk behoeft, om aan hare roeping te beantwoorden. Immers zijn haar de woorden Gods toebetrouwd en is de sleutel der kennis (clavis scientiae, potestas doctrinae, docendi) in hare handen gelegd **). En daardoor is zij verplicht, niet alleen om het Woord Gods te bewaren en te verkondigen aan geloovigen en ongeloovigen, maar ook om het uit te leggen te verdedigen en toe te vertrouwen aan getrouwe menschen, die bekwaam zijn om het anderen te leeren. Beoefening der theologie en opleiding tot den dienst des Woords is allereerst eene taak, die op de schouders der kerk rust. Wel kan zij deze taak op den duur niet volvoeren door middel van de ambten, die door de apostelen in de gemeente ingesteld zijn. Maar de H. Geest zorgt toch, dat het der kerk, die er behoefte aan heeft, aan gaven der didaskalie niet ontbreke. En de kerk heeft dan de roeping, om zulke gaven niet te verzuimen; om de personen, die ze ontvangen hebben, op te sporen en aan te wijzen; om hen tot de uitlegging en verdediging der waarheid en tot de opleiding van dienaren des Woords af te zonderen, en hen in de gelegenheid te stellen, om aan deze zwaarwich-

*) Verg. H. H. Kuyper t. a. p. 457 v. 475 v. 488 v.

**) Zie bijv. Turretinus, Theol. El. XVIII qu. 30.