is toegevoegd aan uw favorieten.

Het doctorenambt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tige taak onbezorgd hun leven te wijden. De kerk moet ^ dit alles niet doen, wijl zij anders een stellig gebod Gods overtreedt, want er is geen stellig bewijs voor te vinden, dat het doctoraat in gelijken zin een ambt is als dat van opziener en diaken; en de beoefening der theologie zoowel als de opleiding tot den dienst des Woords is blijkens de geschiedenis der Christelijke kerk op velerlei wijze geschied. Maar er is toch geen twijfel aan, dat de kerk tot ( het aanstellen van doctoren voor deze gewichtige werk- j zaamheden ten volle de macht en de bevoegdheid bezit. / Zij heeft in dit opzicht de eerste rechten en de oudste brieven. Zij behoeft niet af te wachten, of een ander het doet. Zij mag het doen altijd en overal. Indien zij zich ' terugtrekt en dit werk aan anderen overlaat, geschiedt dit' vrijwillig, bij wijze van overeenkomst, in goed vertrouwen, | nooit wijl zij er toe verplicht is of onbekwaam zou wezen, ) om er zelve voor te zorgen. Ofschoon het doctorenambt I tot dusver dan ook nog in een staat van wording verkeerde, heeft de kerk toch de roeping, om het verder te ontwikkelen en beter tot zijn recht te laten komen. En daarbij dient dan, gelijk Dr. Ivuyper zegt, dit als regel te gelden, dat het kerkelijk doctorenambt nooit een titel maar altijd een ambt zij, ten doel hebbende, om de aanstaande dienaren des Woords op te leiden, wetenschappelijk de waarheid mteen te zetten, en de waarheid, die de kerk belijdt, tegen ketterij te verdedigen. *) Door deze doctoren vervult dan de kerk hare roeping, om het evangelie aan alle creaturen, dus ook op de erve der wetenschap en aan de onderzoekers der eeuw, te verkondigen als de kracht Gods en als de wijsheid Gods. Door hen handhaaft zij haar recht en haar vrijheid tegenover de wetenschap, wordt zij be-

*) A. Kuyper, Tractaat van de reformatie der kerken 64. Strikt genomen 210.

5