Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is gedaan en dat er bij de beantwoording van die vraag - behalve in het zooeven behandelde geval — nooit meer gesproken wordt van het verkoopen van bezittingen ?

Volgens Lukas 10 vs. 25 deed ook een zeker Wetgeleerde deze vraag en als antwoord volgde de gelijkenis van „den barmhartigen Samaritaan" en liet eindbevel was niet „Verkoop alles wat gij hebt," maar wel „Ga henen en doe gij desgelijks." Toen de schare in den tempel aan de Apostelen vroegen : „Wat zullen wij doen, mannen broeders" was het antwoord : „Bekeert u en een iegelijk van n worde gedoopt in den naam van Jezns Christus tot vergeving der zonden" (Hand. 2 vs. 37 en 38). Toen de gevangenbewaarder aan Paulus en Si las deze vraag stelde, was het antwoord : „Geloof in den Heere Jezus en gij zult zalig worden" (Hand. 10 vs. 29, 30 en 31).

En nu nog een enkel woord over de gemeenschap van goederen, die in Hand. 2 vs. 44 en 45 wordt genoemd en waardoor gij meent, dat de Sociaal-Democratische gemeenschap wordt gehuldigd. Lees eens wat daar staat, dan vindt gij daar : „En allen, die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeen ; — en zij verkochten hunne goederen en have en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van noode had."

Indien heden ten dage, door eene vernieuwde Staatsinrichting, alle goederen gemeen werden gemaakt en elk mensch daaruit naar zijne behoefte werd onderhouden, dan zoudt gij zeggen : „Zie zoo ! nu zijn wij er" en gij zoudt meenen dat de nienschheid was wedergekeerd tot den in deze verzen bedoelden toestand.

Maar gij zoudt u dan deerlijk vergissen, want de hoofdzaak ziet gij geheel voorbij. Er wordt toch in deze verzen alleen gesproken over eene gemeenschap van goederen tusschen geloovigen en de Sociaal-Democratie verlangt naar eene gemeenschap van goederen tusschen ... ik zou bijna zeggen cwgeloovigen, maar ten minste tusschen menschen van alle richting en kleur.

Sluiten