is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze kranken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Um de ons allen aanklevende eigenliefde tegen te gaan is het dan ook goed en nuttig, dat zelfs de kleine leden des gezins wat uitsparen om de geliefde kranken hulp of verkwikking te bereiden.

In het zich geven ligt zoo rein genot; en het geeft blijdschap aan 't eigen hart, als men door blijken van liefde een lachje van dankbaarheid kan tooveren op een anders zoo pijnlijk en bleek gelaat.

Toch wake men tegen oppervlakkigheid. Al heeft de zieke het uiterlijk nog zoo goed, geen oogenblik mag vergeten, dat hij staat als voor de poorte der eeuwigheid, en dat het geestelijke rnéér is dan het natuurlijke. Ziel en lichaam beide moeten de beste zorg ontvangen. Is het noodig, dat de kleine kinderen stiller zijn dan anders, en om den zieke 't luidruchtig spel staken voor iets anders, of tijdelijk verwijderd worden omdat rust en kalmte onmisbaar zijn rondom 't krankbed, de omgang met den kranke mag evenwel niet afgebroken, als liet men hem met zijne ellende alléén, en als ware hij noodeloos een afgezonderde van de levenden; het verkeer moet juist inniger worden en opbouwender. Vooral moet de zieke //gebed merken" bij de zijnen; ziende op zijn gevaarlijken toestand //voorbidding vragen" en bovenal zelf//het gebed leeren zoeken." God spreekt in krankheid, opdat men naar Hem vrage en merke op Zijne roepstemme. Op 't rechte verkeer //als in de tegenwoordigheid Gods" komt het dus aan. 't Is nooit goed, zooals het wel gedaan wordt, dat allen wegschuilen voor den kranke, om voor den dag te komen als het op sterven gaat; evenmin als de ellendige gewoonte in sommige streken, dat half de buurt komt om den stervende aan te gapen in zijn doodsbenauwing en als wacht op den laatsten snik om 't afleggingswerk te beginnen.

Onze kranken moeten in elks oog vriendelijke belangstelling lezen; ze hebben behoefte aan een ondersteunend woord van de hunnen, zoowel als van vrienden; aan hulp en bemoediging, niet aan overlast van hun medemenschen.

De gesprekken, ook de onderlinge, in de ziekenkamer moeten niet vermoeiend zijn, maar den zieke opbouwen. Die //koetjes en kalfjes" van 't platte alledaagsche leven, zijn zoo neerdrukkend voor onze kranken; zij hebben behoefte aan wat beters; aan