is toegevoegd aan uw favorieten.

Tegen Dr. A. Kuyper

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Toen de Minister Heemskerk in 1876 voorsloeg om — van Staatswege een faculteit der godgeleerdheid niet meer te onderhouden, zijn het Uw geestverwanten in de Kamer (derhalve de liberalen) geweest die op herstel van deze faculteit hebben aangedrongen. En terwijl men in de koffiekamer niet verheelde dat toeleg hierbij was, de wederopleving van het Calvinisme tegen te houden, heeft uw partij in openbare zitting een regeling van deze faculteit doorgedreven, die wat opvatting en methode betreft, het godgeleerd onderwijs aan alle onze Staatshoogescholen thands wringt in het moderne kader."

Wie deze zinsnede leest, zonder iets van de beraadslagingen over de wet op het Hooger Onderwijs te weten, zal zich voorstellen dat de liberale partij bij die gelegenheid misbruik heeft gemaakt van hare overmacht, ten einde de behoudende denkbeelden op godgeleerd gebied van de staatsuniversiteiten te weren, en dat zij de onbeschaamdheid zelfs zoover heeft gedreven om voor dien toeleg, dien zij in de openbare zitting verzweeg, in een besloten kring openlijk uit te komen. Raadpleegt men echter de officieele Handelingen der Kamer, dan zal men daar de volgende feiten vermeld vinden. De Regeering wilde de godgeleerde faculteit doen vervallen. De heer van Naamen van Eemnes (gematigd konservatief) stelde daarop als amendement voor om die faculteit weder op te nemen met den naam van faculteit der godgeleerdheid. De heer Saaymans Vader (antirevolutionair) wilde verder gaan en stelde voor, oin in plaats van faculteit der