is toegevoegd aan uw favorieten.

Tegen Dr. A. Kuyper

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt verkondigd, dat men bijna nooit iets voor zich zelve van de publieke zaak gevergd heeft. Was dan het geheele streven niet op een eisch voor zich zelve gericht? — Dat er in vroeger jaren, toen er van subsidie nog geen sprake was, even warme geestdrift onder de deputaten heerschte, wat Dr. Kuyper als verzachtende omstandigheid aanvoert, kan natuurlijk als zoodanig volstrekt geen dienst doen. Subsidie was het einddoel van den strijd, het was de eisch die altijd gesteld werd zoo dikwijls de antirevolutionaire partij praktisch optrad, en dat een antirevolutionair minister het in zijn wetsontwerp voorstelde, zal wel geen verrassing zijn geweest voor een der deputaten en allerminst voor Dr. Kuyper.

Onverklaarbaar is het echter niet, dat èn voorzitter èn deputaten in den waan verkeeren, dat zij niets van de publieke zaak voor zich zelve eischen. Waarschijnlijk is het hun gegaan, zooals het dikwerf menschen gaat die lang en hardnekkig voor één zaak gestreden hebben, en wier gemoed met dien strijd geheel vervuld is. Door voortdurend en uitsluitend te staren op de zaak waarvoor zij strijden, verzwakken zij hun waarnemingsvermogen, en wat zij ten slotte meenen te zien is geheel iets anders dan de werkelijkheid. Ik ben overtuigd dat, toen Cato in den Romeinschen senaat jaren lang voor niets anders dan voor de verwoesting van Carthago streed, hij het vernielen van die bloeiende stad en het dooden en verstrooien harer bewoners als den hoogsten eisch van billijkheid en rechtvaardigheid beschouwde. Zoo is het, om tot den beperkten