Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kring van het lager onderwijs in Nederland terug te keeren, ook den anti-revolutionairen ten opzichte van het rijkssubsidie gegaan. Zij verkeeren in den waan, dat zij met dit te eischen, niet voor zich zelve iets vragen, maar eigenlijk de afdoening eener schuld die reeds veel te lang in hunne boeken open stond. Hoe zij tot deze verkeerde voorstelling gekomen zijn, leeren Dr. Kuyper's woorden aan het slot van blz. 5 van zijn geschrift. De liberale partij laat — zoo zegt hij — de politieke roulette voor drie maal drie millioen loopen en nog steeds roept zij tot den Staat: Geef, geef, geef! Hoe is het dan mogelijk dat zij er aan onze partij een verwijt van durft maken zoo deze slechts drie ton vraagt. Hoe vreemdsoortig deze beeldspraak moge zijn, die, de stembus tot roulette verlagend, van de verkiezingen een zuiver kansspel maakt, duidelijk is zij zeker. De anti-revolutionairen schijnen er volkomen van overtuigd te zijn, dat wat zij van den Staat vragen en wat de voorstanders van het openbaar onderwijs vragen, geheel van den zelfden aard is. Zoo zij de schatkist geopend willen zien ten behoeve van onderwijs uitsluitend ingericht voor hunne kinderen, dan doen zij dat, in den vasten waan, dat de liberalen dit sints jaren verkregen hebben.

Deze stelling, dat alles wat door den Nederlandschen Staat aan het onderwijs te koste wordt gelegd uitsluitend ten goede komt aan dat deel der natie dat op staatkundig gebied tot de liberalen behoort, wordt zeker door de werkelijkheid zoo sprekend mogelijk gelogenstraft. Dit belet echter niet, dat zij als iets dat

Sluiten