is toegevoegd aan uw favorieten.

"Onvereffenbare verschilpunten", wederlegd en vereffend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven, (Gen. XXXII: 28) wordt in Gen. XXXV: 10 niet «zonder bepaalde aanleiding» door God aan Jacob geschonken. De Heere weet, wanneer Zijn kinderen bijzondere geloofsversterking noodig hebben. De trouwe Debora was niet meer, Gen XXXV: 8 wie zou nu Jacob troosten en raden? Dat zou de Heere doen. Hij verschijnt hem, evenals voor dertig jaar, toen hij van Berseba naar Paddam-Aran ging, zoo ook, nu hij vandaar is teruggekeerd. De Heere spreekt niet alleen tot hem, maar verschijnt aan hem. Nu het afgodische uit zijn huis is gebannen, (Gen. XXXV: 2) bevestigt God een Pniëls zegen en versterkt dien. Heette hij naar zijn natuur Jacob, hij had dien naam weder bevestigd door het houden der afgoderij, maar Hij, die aan Simon den verbeurden Petrusnaam bevestigde, ja als wedergaf, (Joh. XXI: 15 * vlgg.) toonde ook zijn genade aan den bezwaarden Jacob

Neen, in deze plaatsen ligt geen «on vereffen baar verschilpunt» maar hier in Gen. XXXV: 10 is hernieuwde instorting en ervaring van Gods genade, en in Vers 15 hernieuwde toewijding van een beweldadigden zondaar aan zijn God. Jacob was verachterd in de genade, maar in Gen. 35 ervaart hij, dat God niet laat varen de werken Zijner handen; dat, als hij ontrouw is geworden, de Ileere getrouw is gebleven. Maar dan ook moet hij opnieuw zich aan God en zijn dienst verbinden (Vers 15).

«Ex. VI :2 zegt God tot Mozes «met mijnen naam Heere (Jehova) ben ik aan Abraham Izak en Jacob niet bekend geweest». Toch wordt doorloopend de naam Jehova in de patriarchen-geschiedenis gebruikt, terwijl Gen. IV: 26 staat, dat men den naam des Heeren (Jehova) begon aan te roepen »