is toegevoegd aan uw favorieten.

"Onvereffenbare verschilpunten", wederlegd en vereffend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven heeft, voor God hem bij den Horeb verscheen. Ofschoon niemand dien naam vóór Mozes' tijd gekend heeft, is het toch niet vreemd, ja zelfs zeer verklaarbaar, dat hij dien naam bezigt in de beschrijving der geschiedenissen van hen, die vóór hem hebben geleefd, waar hij toch voornamelijk schreef voor Israël, dat God op zijn bevel met dien naam moest noemen, als zijnde de bijzondere eigenaam van hun God, opdat Israël toch maar goed zou weten, dat de God der vaderen, de God van Abraham, Izak en Jacob dezelfde was, die hen uit Egypte had uitgeleid.

«Voorts lette men er op, dat in Ex. VI (men moet hier weer niet als in de St. Vert. «Verder sprak God tot Mozes», maar en God sprak tot Mozus.») een herhaling gevonden wordt van wat reeds breedvoerig in hoofdstuk

III, IV en V is vermeld geworden. Mozus en Aaron zijn al bij Pharao geweest. Nu begint alles in hoofdstuk VI weer opnieuw. Men heeft hier kennelijk met een andere bron en een andere voorstelling te doen».

Zeker Mozes en Aaron zijn al bij Pharao geweest, maar wat was het gevolg! Een honende weigering van Pharao; verzwaring van Israëls slavendienst; onheusche bejegening van Mozes en Aaron door de Israëlieten; moedeloosheid bij Mozes, ja zelfs verwijtingen tegenover zijn God. Wat is dit alles anders dan geloofsbeproeving? En wat doet de Heere nu! Hij hernieuwt zijn belofte; Ex. V : 24) Hij herinnert Mozes aan Zijn naam. «Ik ben de Heere»; Hij herhaalt nog eens, dat Hij het gekerm der kinderen Israëls heeft gehoord; (Ex. VI : 4) Hij zendt Mozes weer heen naar zijn volk met nog eens dezelfde belofte. Zegt U dan, dat alles in hoofdstuk III.

IV, V reeds breedvoerig is vermeld, dan zeg ik «ja alles begint weer opnieuw, maar dat is geen «onveretïen-