Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemdeling of een raadsel moet zijn !). Het liberale Christendom, voorzooverre het van Jezus van Nazaret heil verwacht en naar den „godsdienst van Jezus" vraagt, kan niet anders dan zich vastklemmen aan de magere restjes, die de kritiek van de Evangeliën gelieft over te laten. Kautsky heeft zich minder gelukkig uitgedrukt, toen hij den Jezus der historie vereenzelvigde met den Christus der dogmatiek. De liberale theologie interesseert zich zeer bijzonder voor den eerste, maar wil van den laatste bitter weinig weten; een Christendom zonder Christus is haar ideaal. En dan mag men terecht vragen: wat blijft er van het klassieke Christendom over als „de persoon van Christus" prijsgegeven wordt ?

Elk theoloog, zegt Kautsky terecht, legt in zijn Jezusbeeld zijn eigen idealen, zijn eigen geest. Zoo deed men reeds in de tweede, zoo doet men nog in de twintigste eeuw. Wisten wij van Attila niet meer dan wat het Nibelungenlied aangaande hem mededeelt, dan zouden wij moeten zeggen: het is onzeker, of hij geleefd heeft, dan wel eene mythische figuur moet heeten gelijk Siegfried. Ten aanzien van Jezus is het niet beter gesteld (S. 24). Hoeveel de bijbelkritiek reeds als fictie heeft leeren kennen, zij kan het toch altijd maar niet laten, heel wat voor goede munt op te nemen, zoo de onechtheid er maar niet al te dik opligt (S. 185). De Evangelische berichten worden er waarlijk niet geloofwaardiger op, wanneer wij de lichtgeloovigheid van den tijd van hun ontstaan in aanmerking nemen (S. 341).

Kautsky verstaat de kunst om door vergelijking met hedendaagsche toestanden het wonderlijke van situatiën scherp te doen uitkomen, die door Oud-Christelijke schrijvers zonder de minste aarzeling als vanzelf sprekend worden bericht en door hedendaagsche Duitsche theologen klakkeloos worden geloofd. Een paar voorbeelden slechts: *) Von Reimarus zu Wrede, Tüb. 1906, S. 397.

64

Sluiten