Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sympathie moeten hebben van het bewust-wordende moderne proletariaat.

Terwijl de Berlijnsche bourgeois-professor Adolf Deissmann in het oudste Christendom eene beweging van de onderste lagen der maatschappij ziet, spreekt de Berlijnsche sociaal-demokratische agitator Karl Kautsky bij voorkeur van eene beweging van het „Lumpenproletariat". Hun verschillend politiek standpunt spiegelt zich in dit verschillend spraakgebruik af. IVlaar overigens: hoeveel overeenstemming tusschen die twee! Eene kleine uitweiding is hier niet van belang ontbloot, omdat in sommige kringen met Deissmann evenzeer wordt gedweept als in andere met Kautsky, en beider pogingen om het oudste Christendom beter te doen verstaan, verschijnselen des tijds mogen heeten. Deissmann geeft in zijn boek: Licht vom Os ten ') opmerkingen ten beste, die sterk herinneren aan veel, wat wij bij Kautsky lezen. Trouwens, in eene kritiek van Kautky's Ursprung des Christentums3) beaamt de hoogleeraar, dat zijn politieke tegenstander, door een juist instinct geleid, den nauwen samenhang van het oudste Christendom met de lagere volksklasse heeft ingezien, een samenhang, waarop Deissmann niet moede wordt den nadruk te leggen. Hier staan zij op gemeenschappelijken bodem en vanhier uit valt het Deissmann niet moeilijk aan te toonen, dat Kautsky met zichzelven in tegenspraak komt. Inmers, wanneer deze als argument tegen Jezus' historiciteit aanvoert, dat de heidensche geschiedschrijvers van de eerste eeuw het stilzwijgen over hem bewaren, dan antwoordt Deissmann terecht: dit is juist een gevolg hiervan, dat het oudste Christendom eene beweging van de kleinen naar de wereld, van de onderste lagen der maatschappij is geweest; de geschiedschrijvers waren aristocraten, beschaafden, die het optreden van den onbekenden Galilaeër Jezus niet interessant vonden. Teeke') Tüb. 1908. *) in Die Hilfe, Nr. 8, 21 Febr. 1909, S. 123.

67

Sluiten