Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stonds kunnen wij vaststellen, dat hier toch het voorkomen van wijzen, machtigen en menschen van aanzienlijke afkomst in den kring der aangesprokenen wel degelijk wordt voorondersteld. Nu, dezulken zijn natuurlijk altijd en overal in de minderheid. Vervolgens sluit het niet-behooren tot deze kategoriën nog allesbehalve het behooren tot het proletariaat in zich : er is immers ook nog wel een middenstand in de maatschappij. De schrijver heeft in de voorafgaande pericope over de dwaasheid des kruises, het absurde van de Christelijke belijdenis gesproken. Begenadigd te zijn met de goddelijke roeping sluit in, dat men minder aan wereldsche wijsheid en hoogheid hecht. Trouwens, tot degenen, die zich nog heden ten dage in de kerk als onwijs, zwak en onedel naar de wereld laten aanspreken, behooren, behalve proletariërs, ook wel gestudeerde mannen, burgemeesters en menschen van goede familie. Het is waar, dat de heidenen dikwijls de oude Christenen hebben bespot, omdat zij uit mindere lui, handwerkslieden en vrouwtjes bestonden, en het is óók waar, dat de Christenen zich dat hebben laten aanleunen zonder tegenspraak. Maar dat kan voor een groot deel gewild zijn geweest als demonstratie tegen de grootschheid dezer wereld. Wie later den scheldnaam Geuzen als eeretitel voerden, waren ook geene bedelaars. Het ideaal dier oude Christenen geleek meer op dat der oude Doopsgezinden dan op dat van de Parijsche communards, en dat ideaal kon onder omstandigheden bij een kerkman zelfs ontaarden tot de nederigheid van den slaaf der slaven, die niet zonder hare verregaande aanmatiging was.

Deze gewelddadig bejegende plaats uit den eersten brief aan de Korinthiërs gebruikt Kautsky ook ter verklaring van het feit, dat wij zoo slecht omtrent het ontstaan des Christendoms zijn ingelicht. Zijne eerste voorvechters konden immers lezen noch schrijven, kunsten, waarvan de groote menigte destijds nog zooveel verder afstond dan tegen-

78 jj

Sluiten