is toegevoegd aan uw favorieten.

Kautsky's opvatting van het oudste Christendom aan de bronnen getoetst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grieksche p t o o c h o i eene ontoereikende vertaling is van een Hebreeuwsch woord, waarmede de door God bijzonder beschermde bedrukten en deemoedigen worden aangeduid, wier beeld b.v. in Ps. 102 wordt geteekend. De armen zijn de Hebreeuwsche enijjim of èbjoonïm, zooals wij die vinden in Ps. 37 : 14:

„De boozen hebben het zwaard getrokken, den boog

gespannen,

Om den ellendige ('aani) en arme (èbjoon) te vellen, Te slachten de oprechten van wandel".

Wij hebben hier met het zgn. paralleiisme te doen, een bekenden vorm van Hebreeuwsche poëzie: men drukt dezelfde gedachte tweemaal op verschillende wijze uit. Het vellen van den ellendige en arme is bijgevolg synoniem met: het slachten van de oprechten van wandel. Nu leest de Grieksche vertaling, de zgn. Septuaginta, op deze plaats voor „ellendige" ptoochos, hetzelfde woord dus dat de Bergrede heeft, en in den laatsten regel: rechten van harte. De p t o o c h o i zijn dus niet de paupers zonder meer, de gebrek lijdende proletariërs. Er wordt in de Bergrede geene bijzondere waarde gehecht aan of premie gesteld op het minimumlij derschap als zoodanig. Zaliggesproken worden de lijdende en verdrukte vromen. Wanneer in Matth. 5 : 3 armen in maatschappelijken zin bedoeld waren, moest ook het volgende vers bevreemden: „Zalig zijn de zachtmoedigen". Zonder twijfel zijn hier gezindheden en niet uiterlijke omstandigheden als grond voor zaligspreking bedoeld. Het is dus onjuist, wat Dr. Maurenbrecher ]) schrijft: „Matthaeus heeft den krassen proletarischen toon van het oorspronkelijke woord in het geestelijke en theologische laten vervluchtigen". Voor Grieksch sprekende en denkende menschen mocht duidelijkheidshalve eene nadere omschrijving van het begrip arm niet worden gemist. Vandaar Matthaeus langere vorm, l) Von Nazareth nach Golgotha S. 157.

80