is toegevoegd aan uw favorieten.

Kautsky's opvatting van het oudste Christendom aan de bronnen getoetst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die dichter bij het oorspronkelijke komt dan de Lukaansche afkorting. Matthaeus' omschrijving bedoelt misverstand buiten te sluiten, en dat zij niet onnoodig was, blijkt nu wederom aan Kautsky en Dr. Maurenbrecher. Tegenover deze zaliggesproken deemoedigen staan de trotschen en zelfgenoegzamen, waarvan velen zeker uit de rijken gerecruteerd worden, omdat juist rijkdom groot gevaar voor het innerlijk leven met zich brengt.

Nu redeneert Kautsky aldus: Matthaeus schreef eenige decenniën later dan Lukas; langzamerhand waren er meer gezeten en beschaafde menschen tot de Christelijke gemeente toegetreden. Had Lukas nog de oorspronkelijke woorden medegedeeld: „Zalig zijn de armen, want hunner is het koninkrijk . . .; zalig zij, die hongeren en dorsten, want zij zullen zich verzadigen („sich vollfressen" vertaalt Kautsky); voor Matthaeus werd „die urchristliche Fresslegende unbequem". Wegmoffelen liet zij zich echter niet; daarom heeft hij haar herzien naar de behoeften van het oogenblik (S. 345) en er van gemaakt: „Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen...; zalig zij, die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen zich verzadigen (sich vollfressen)". Het laatste werkwoord wordt in het Grieksch meestal van dieren gebruikt; en in verband daarmede wijst Kautsky dan op het ongerijmde van de gedachtenverbinding bij Matthaeus; „hongeren naar gerechtigheid" en „zich zat vreten". Dr. Maurenbrecher drukt zich voorzichtiger uit, maar bedoelt hetzelfde met de woorden: „bij Matthaeus is het krasse woord vol worden blijven staan als een bewijs, dat hij het is geweest, en niet Lukas, die hier het origineel heeft veranderd" '). Maar in de Gneksche vertaling der Psalmen en eveneens elders komt dat werkwoord chortizo toch ook van menschen voor. Volgens Ps. 131 : 15 zal Jahwe Sion's armen met brooden

') VonN. nach G., S. 156.

81