Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het Christendom ook het geval is geweest, tracht Kautsky te bewijzen met een beroep op het Evangelieverhaal, waarin Jezus' moeder en broeders hem komen zoeken (Mk. 3:31 vv.). Feitelijk wordt daar echter slechts geleerd, dat geestverwantschap boven bloedverwantschap gaat. „Direkten Familienhass" leest Kautsky (S. 366) uit het woord: „Als iemand tot Mij komt en niet haat zijnen vader, zijne moeder, zijne vrouw en kinderen, zijne broeders en zusters, ja ook zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn" (Lk. 14:26). Kautsky schijnt niet te beseffen, dat de woorden: „ja, zijn eigen leven" aan zijne argumentatie al hare kracht ontnemen. Hier wordt geen familiehaat, maar opoffering zelfs van het allerdierbaarste geëischt. Hoe bevooroordeeld moet men niet tegenover zulke teksten staan, als men daarin slechts het uitvloeisel eener communistische leefwijze ontdekken kan! Baljon verklaarde genoemden tekst aldus : Als iemand tot Mij komt er niet achterstelt zijnen vader enz., nl. bij Mij, die kan mijn discipel niet zijn" ). Maar wij behoeven de kracht van dat woord haten niet eens op deze wijze te verzwakken, om hier toch niet meer te zien dan eene aanwijzing voor eventuëele conflicten tusschen godsdienst en piëteit jegens de familie. Wanneer Matthaeus op de gelijkluidende plaats (11: 36) het woord aldus leest: „Wie vader en moeder meer liefheeft dan Mij, die is Mijns niet waardig", dan krijgt hij van Kautsky's zijde het verwijt te hooren van een „opportunistisch revisionisme (S. 366). Terecht zag echter ook Baljon in dezen eenvoudigen vorm van het woord de meer oorspronkelijke lezing.

Ook is deze eisch om zijne familie te haten moeilijk te rijmen met de prediking van den klassenstrijd, die Kautsky aan Jezus toedicht. Verdeeldheid in de gezinnen

!) Commentaar op het Evangelie van Lukas, Utr. 1908, blz. 364.

108

Sluiten