is toegevoegd aan uw favorieten.

Kautsky's opvatting van het oudste Christendom aan de bronnen getoetst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan zeer zeker het gevolg zijn van den strijd, dien de enkeling aanbindt ter wille van persoonlijke inzichten, overtuigingen of idealen, waarbij hij de banden des bloeds achterstelt. Maar dergelijke familietwisten kunnen toch niet het gevolg zijn van den strijd, dien iemand als lid eener klasse voor die klasse onderneemt. Tenzij men denkt aan de vrij talrijke overgangen in onze dagen van leden der bourgeois-partij tot de Sociaal-democratische Arbeiderspartij, welke laatste men op grond hiervan wel schertsend de Sociaal-democratische Heerenpartij heeft genoemd. Geen verstandig mensch zal in de „roode" sympathieën van een kapitalistenzoontje, waarmede hij Papa's ergernis opwekt, eene openbaring van den klassenstrijd zien, doch in het beste geval een gehoorgeven aan idealistische impulsen.

Het ontbreekt in de Evangeliën zelfs niet aan trekjes, die op waardeering van het familielevenwijzen. De Vader in de hemelen zal goede gaven schenken aan allen, die hem daarom bidden, zegt Jezus, juist omdat hij Vader is, en zelfs zondige menschen aan hunne kinderen goede gaven weten te geven (Mtth. 7 : 11). Hij had kinderen lief (Mthh. 19:13 v.). Hij verzette zich tegen de kerkelijke moraal der Farizeërs, die eischten, dat men aan zijne ouders het noodige onderhoud zou onthouden, om er een gave van te maken voor den tempel (Matth. 15:3 vv.).

Welke gegevens vindt Kautsky in de Evangeliën, die Jezus als volksmenner en omwentelingsman doen kennen? „Ik ben gekomen om vuur te brengen op de aarde", heet het in Lk. 12 : 49. Bij dat woord zullen wij toch wel eer aan eene gisting onder de geesten dan aan dynamietbommen te denken hebben (S. 386). Zoo zal in de parallele plaats, Mtth. 10:34: „Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard'' ook wel het zwaard des geestes bedoeld zijn. Hoe nuchter leest een historisch-materialist zulke teksten toch! In het verhaal van de tempelreiniging en den raad om een zwaard te koopen 109