Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan historisch en wijsgeerig inzicht, te meenen, dat, al mogen de tegenstellingen van heden worden opgeheven, de nieuwe toestand dan niet evengoed zijne tegenstrijdigneden zal openbaren, die op hare beurt opheffing zullen vereischen. Deze verwachting houdt verband met het naïeve vertrouwen, dat het natuurwetenschappelijk geschoolde intellect de productieverhoudingen dan in voor alle eeuwigheid houdbare vormen zal kunnen organiseeren.

In hoofdzaak gaat Kautsky met Marx mede; op enkele punten slechts heeft hij de theorie van het Historisch Materialisme gewijzigd. Kautsky, die tot eene jongere generatie behoort, heeft ondervonden, dat zich niet heeft verwezenlijkt, wat Marx had voorspeld.- „de snelle toeneming van overgrooten rijkdom eenerzijds en van overgrooie armoede andererzijds zal leiden tot de socialiseering der productiemiddelen . Kautsky s revolutietheorie is dan ook heel wat voorzichtiger. Hij schrijft: „Men is maar al te zeer geneigd aan te nemen, dat in de maatschappij altijd maar twee legers, twee klassen zijn, die elkander bestrijden, twee vaste, homogene massa s, de revolutionaire en de reactionaire. Wanneer het in werkelijkheid zóó gesteld ware, zou de geschiedschrijving kinderspel zijn. Maar zóó eenvoudig zijn de verhoudingen niet. De maatschappij is, en wordt hoe langer hoe meer, een bijzonder samengesteld organisme met de meest verschillende klassen en belangen, die zich, naar gelang van den loop der zaken, tot de meest verschillende partijen kunnen groepeeren" *).

Van meer belang voor ons doel zijn Kautsky's meeningen over het verband tusschen de productieverhoudingen en den ideologischen bovenbouw. Principieel heeft hij zich hierover uitgelaten in dezer voege 2): „De zedelijke normen veranderen met de maatschappij, hoewel niet onophoudelijk,

''Di,e KUssengegensatze von 1 789. Zum h u n d e r t j ah r i ge n Caedenktag der grossen Revolution. Stuttg. 1889, S. 7.

1906 Stl127ffUnd materialist'8che Geschichtsauffassung, Stuttg. 171

Sluiten