Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

offerd; de overige heilige plaatsen werden gesloten. In • de Ballingschap krijgt die hervorming haar verder beslag in den Priestercodex: een compromis van den ouden boerengodsdienst met de profetenreligie, waarbij de hoogste gedachten der laatste genegeerd of in haar tegendeel verkeerd werden !).

De chronologie maakt het derhalve onmogelijk, invloed van Babylonische geheime leeren op het Joodsche monotheïsme aan te nemen. Daar de hoofdlijnen van dit laatste getrokken waren vóór de Ballingschap begon, kon er alleen van Babylonische invloeden op ondergeschikte punten sprake zijn (traditiën over Schepping en tien oerkoningen in Gen. 5, die waarschijnlijk reeds vóór de Ballingschap in Israël bekend zijn geworden). Het zou inderdaad zeer bevreemdend zijn, zoo de Israëlieten tijdens hunne ballingschap zoo nauw met de Babylonische priesterschap in aanraking waren gekomen, dat deze hun hunne geheime leer hadden toevertrouwd, die zij voor eigen volksgenooten zorgvuldig verborgen hielden. Maar zelfs het bestaan van die monotheïstische geheime leer in Babel wordt in twijfel getrokken. Er is wellicht sprake van een hoogsten god, een monarchisch polytheïsme; anderen spreken van „verborgen monotheïstische stroomingen", wat heel iets anders is dan Israël's ethisch monotheïsme. Buiten Israël is eerst in de 6e eeuw van eigenlijk monotheïsme sprake, dus twee eeuwen nadat het reeds in Israël verkondigd was. Ook verschillen Egyptisch en Babylonisch monotheïsme hemelsbreed van het Israëlietische: de eerste toch zijn abstracte, pantheïstische bespiegelingen; de religie der profeten is daarentegen godsdienst des harten, onverbrekelijk met ethiek verbonden 2).

Van welken kant men de zaak ook beziet, Kautsky's

') Marti, t. a. p., blz. 44—60.

2) t. a. p., blz. 44 vlg., vgl. Carl Clemen, Religionsgeschichtliche Erklarung des Neuen Testaments, Giessen 1909, S. 591.

214

Sluiten