Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Wij, gereformeerden, aanvaarden de moderne wereldbeschouwing.

2. Wij zijn niet boven alles „orthodox".

3. Wij zijn, in etymologischen zin, supranaturalisten, want met het supranaturalisme staat en valt alle godsdienst.

4. De moderne theologie zwoer bij eene, nu reeds lang weer verouderde wereldbeschouwing en heeft te kwader ure het supranaturalisme verworpen.

5. Buiten den kring der bijzondere openbaring vindt men niet het besef van de eenheid van den God dien de wetenschap leert en dien de godsdienst behoeft.

6. In de bijzondere openbaring, die het sine qua non is van levende religie, positie nemend, heeft de theologie volle vrijheid zich in aansluiting aan onzen tijd te ontwikkelen.

7. Ook nu gaat het om de realiteit van Gods openbaring, en de taak der theologie is: de waarheid Gods in zijne algemeene en bijzondere openbaring te verstaan en zich toe te eigenen.

8. Niet in een abstract monisme, maar in een wereldbeeld dat in Gods hand het Al plaatst, heeft ook de bijzondere openbaring eene plaats der eere.

Wilde ik de Rede nog korter samenvatten, in aansluiting aan haar titel, dan zou ik willen zeggen: „wij, gereformeerden, kinderen van dezen tijd en op de hoogte van „wetenschap en cultuur van dezen tijd, wij zijn niet tot „eiken prijs orthodox, maar lot geen prijs modern .

Maar dit alles zij slechts pro memorie gezegd en pretendeert allerminst den inhoud der Rede recht te doen wedervaren. Ik meen dien inhoud bekend te mogen onderstellen.

En ik kom nu terstond tot de vraag: „welk verband „bestaat er tusschen de door prof. Bavinck in zijne jongste, „rectorale, oratie aanvaarde moderne wereldbeschouwing „en het daar door hem verdedigde geloof aan bijzondere openbaring ?"

198

Sluiten