is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuw-Gereformeerde en moderne theologie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworden" . . . „De vroegere theologie liet de openbaring bijna geheel opgaan in de gave der Schrift. De machtige conceptie van de openbaring als eene geschiedenis, die bij den val begint en eerst in de parusie eindigt, was haar schier geheel vreemd" (300).

Nu zal ik over het wezen der openbaring niet lang spreken. Dat de groote leidslieden van ons geslacht hebben gegrepen — of, wilt gij, dat hun is geschonken in de verborgenheid des harten wat als aspiratie woont in alle menschenzielen; dat met name aan Jezus God als de Heilige Liefde is geopenbaard en dat door hem en na hem de Christenen God aldus hebben ervaren — dat belijd ik gaarne als mijne overtuiging. En dat is de wezenlijke inhoud van den Christelijken godsdienst: de onuitsprekelijke, almachtige God is een God van liefde. Hij heeft zich niet onbetuigd gelaten aan de kinderen der menschen. Hij heeft ons tot zich geschapen, en ons hart is onrustig totdat het rust vindt in Hem. Langs den weg: Israël — Jezus — (niet: de kerk, maar:) de Christelijke gemeente is deze hoogste godsopenbaring ten deel gevallen aan allen die een leven met God leiden in dezen tijd.

Toen ik dit mijn openbaringsbegrip meedeelde aan een collega, zeide deze glimlachend: „Dat leeren zoo ongeveer de N. Gereformeerden ook, ,,nur mit ein Bisschen andren Worten". — Maar dat heb ik met kracht en klem weersproken. Dan ware immers hun gansche spreken over openbaring ééne doorloopende mystificatie.

Zie ik wel, dan hangt hunne voorstelling van de bijzondere openbaring onverbrekelijk samen met hunne bijbelbeschouwing, waarvan mijne 2de stelling zegt dat zij bestemd is om voorbij te gaan.

Wat is hun de Bijbel?

210