Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eken, opgesteld, op naam der Staten van Holland verschenen vertoog !) wordt een geheel andere leer verkondigd: De landsheer ontleent zijn macht aan de Staten. Deze voorstelling van de vroegere rechtsverhouding tusschen den landsheer en de Staten is moeilijk aanvaardbaar. Wel kan zij gelden voor de opdracht aan Anjou, met wien bij het verdrag van Plessis les Tours, reeds vóór de afzwering van Philips, een vast accoord was getroffen. Doch het gaat niet aan het staatsrechtelijk beginsel, dat aan deze nieuwe rechtsverhouding ten grondslag ligt, zonder meer van toepassing te verklaren op den voordien bestaanden rechtstoestand.

Voor alle gewesten der Geünieerde Nederlanden kon zeker het beroep op „conditiën, contracten ende accoorden" niet gelden. Alleen voor Brabant kon, op grond van een uitdrukkelijke bepaling der Joyeuse Entrée, het recht worden erkend om aan den landsheer de gehoorzaamheid op te zeggen.

Het staatsrecht van die dagen was dit echter niet. In het positieve recht kan dan ook moeilijk een rechtvaardiging worden gevonden voor de daad der afzetting.

Het staatstheoretische betoog van het Plakkaat schijnt inderdaad sterker dan het positiefrechtelijke.

Gedurende den tijd van den opstand tegen Spanje heeft zich in de Nederlanden nieuw positief recht gevormd, dat niet op normaal-rechtskundige wijze uit het oude recht is voortgekomen. De Staten hebben bevoegdheden geusurpeerd, die zij naar geldend recht stellig niet bezaten. We zien hier een voorbeeld van wat Struycken 2) heeft genoemd abnormale, oorspronkelijke rechtsvorming, gelijk de revolutie, de coup d'état, de vorming van nieuwe staten plegen op te leveren.

Het Plakkaat van Verlatinge demonstreert duidelijk de breuk met het oude recht. De Staten werpen zich hier op als handhavers van de vrijheden van het volk tegenover een despotieken, antinationalen landsheer. Een belangrijke evolutie heeft zich voltrokken. De Staten hebben het overwicht verkregen en zullen aldra zelf als landsheer optreden; het vorstelijk absolutisme heeft de nederlaag geleden.

Dit resultaat kan voorzeker ieder, die absolutisme in het staat-

') Fruin-Colenbrander, Geschiedenis der staatsinstellingen in Nederland tot den val der Republiek, blz. 34.

2) Pro£- Mr- A. A. H. Struycken, Positiefrecht (Inaug.-rede 1906), blz. 11 e. v. Bijdragen Vaderlandsche Geschiedenis II 12

Sluiten