is toegevoegd aan uw favorieten.

Een wereldtaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar wie zou zich dan nu inbeelden, dat bij deze alom oplevende bewustwording onder de verschillende natiën van de groote beteekenis der eigen moedertaal, diezelfde natiën bereid zouden gevonden worden tot medewerking om één hunner, en dan nog wel het machtige Britsche rijk, door de officieële verheffing van het Engelsch tot I. T. zulk een ongemotiveerden voorsprong te verschaffen?

Werd in de vorige bladzijden nog eens met enkele woorden aangegeven, waarom bij de meer en meer blijkende behoefte aan één I. T. nu noch in de toekomst ooit aan één der historische talen ter vervulling daarvan behoeft te worden gedacht, dan is hierdoor tevens aangewezen de onderzoekingen te verdubbelen naar wat dan wel aan dat steeds sterker wordende I. verlangen zou kunnen voldoen.

En zoo zijn wij thans genaderd tot het overzien van de pogingen, die in den loop der tijden geleidelijk met de toenemende behoeften zich hebben vermenigvuldigd, om door een kunsttaal daarin te voorzien: ja het grootsche Ideaal te aanvaarden, om voor het al duidelijker gebleken verlangen de kunstmatige vervulling te scheppen.

Niet genoeg kan hier worden gewezen op het essentieele verschil, dat er bestaat tusschen de historische of uit het leven der menschheid organisch voortgekomen talen aan de ééne zijde en de kunstmatige taalsystemen aan den anderen kant. Want te weinig wordt nog maar altijd ingezien, dat het wereldtaalprobleem niet thuis behoort op, en van den beginne gestaan heeft en staan moet, naast het gebied der tot dusverre beoefende taalwetenschap.

Ware dit maar meer vooropgesteld, men zou zich ook minder verbaasd hebben over de onverschilligheid en de twijfelachtige houding der officiëele linguïsten, die zich immers altijd hebben bezig gehouden met de historische talen, als organismen, of organische functies, of welke definitie op het oogenblik als de zuiverste mogen gelden, om het object hunner wetenschap aan te geven ; waar, zooals bij alles waarbij 't leven gemoeid is, het ingrijpen der menschen slechts van bijkomstige beteekenis is.

Wanneer dan ook Dr. KLUYVER aan de wereldtaalkundigen CouTURAT en LEAU verwijt, dat zij hun standaardwerk ten onrechte: