is toegevoegd aan uw favorieten.

Een wereldtaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rethorica een reductio ad absurdum noemt? Zou 't instampen van enige boekdelen regels die niet uit de gesproken taal of uit een eigen literatuur zijn afgeleid, zoveel aangenamer zijn dan het aanleren van drie of vier talen? Men staart zich blind op de eenvoud van de vormen der hulptaal, en denkt dat daarmee de moeilikheid overwonnen is.

Er komt nog iets bij, waarop seidel niet de aandacht heeft gevestigd. Wie geen andere taal dan zijn moedertaal kent vindt al zijn zinswendingen, al zijn woordvoegingen, alle beelden en alle overgangen van betekenis die in zijn taal voorkomen vanzelfsprekend; hij is er zich niet van bewust dat „het op een andere manier ook kan", en mocht hij dat al eens in 't algemeen vernomen hebben, dan kan hij die wetenschap niet toepassen. Een eigenaardigheid van zijn taal is hem in een bepaald geval haast nooit bewust. Geef nu zo iemand de volumineuse spraakkunst die seidel wenst in handen, en tevens tijd en lust om er zich van te bedienen, hoe zal dan bij voorkomende gelegenheden de gedachte bij hem worden opgewekt dat hij op 't punt staat een zinswending of een betekenis te gebruiken die mensen van andere nationaliteit niet kennen? „L'ignorance ne se doute de rien". Misschien zegt iemand dat die gedachte levendig zal worden als hij niet alleen de reusachtige spraakkunst maar ook en vooral heel veel boeken in de hulptaal heeft gelezen. Hier hebben we de geschiedenis van de kip en het ei, die, naar de primitieve voorstelling, ieder pas geboren konden worden als een van tweeën het eerst ter wereld kwam. Men moet wel zeer zonderlinge gedachten over litteraire kunst hebben om te kunnen geloven dat een letterkunde met normatief taalgebruik kan ontstaan in een taal die door geen mens ter wereld ooit als zijn moedertaal is gebruikt. Begint men met vertalingen, gelijk het verlangen is van Pfaundler (Weltsprache und Wissenschaft, Jena I9°9> blz. 73)1 dan staat men dadelik voor de moeilikheid dat idiomatiese uitdrukkingen moeten vervangen worden door,... ja, door wat? R. lorenz (Weltsprache und Wissenschaft, blz. 58) eist vrij naief dat de nieuwe taal „bezüglich der Wortbildungslehre möglichst oder ganz frei von Idiotismen" zal zijn, en de meer wijsgeerig ontwikkelde couturat dringt, in dezelfde bundel, er op aan dat de wetten der logika alles zullen regelen. Gesteld eens dat dit laatste mogelik was, welk percentage van de schrijvende