is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsliefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vous me ferez plaisir me mander ung mot de réponse par ce porteur, et vouloir préférér toujours Ie bien publique de notre patrie aulx passions particuliers".

Votre bon amy.

Guillaume de Nassau.

Toen ik in de Vrijdagsche Vereemging te Amsterdam — een debating-club, waarvan o.a. mannen als alberdingk Thijm, de twee Hugenholtzen, mr. Aug. Philips en N. G. Pierson lid waren — voor de eerste keer een thesis verdedigde, was professor Martinus van der Hoeven mijn eerste opponent. Hij had ons, jongeren, opgewekt om op onze beurt als verdediger op te treden en door het lot was aangewezen wie spreken zou. Daarom gevoelde hij zich voor den nieuweling aansprakelijk en moedigde dezen aan door te opponeeren, opbouwend en versterkend. Zijn critiek kwam hierop neder, dat ik mijn stelling niet had toegelicht als een thesis, welke bewezen moest worden, maar als een thema, dat overdenking en bespreking waard was.

„Trouwens, er zijn onderwerpen", zeide hij, „als moederliefde, vaderlandsliefde, poëzie, die dus het best behandeld worden, namelijk als een thema, als een hoofdgedachte, welke met wijzigingen van verschillende zijde beschouwd en uitgewerkt kan worden".

Gedachtig aan dit woord bespreek ik dan ook nu mijn geloof in vaderlandsliefde niet als een thesis, maar als een thema. Hadden de uitgevers, die mij verzochten dit onderwerp te behandelen, een scherp en klemmend betoog, als tot verdediging van een beschuldigde, verlangd, dan hadden ze zich zeker tot een ander moeten wenden.